zondag 31 oktober 2010

gratis 4: non-monetaire markten - Free - Chris Anderson

Wat is gratis: alles wat mensen willen weggeven zonder dat ze een betaling verwachten

Gratis voor wie: iedereen




Volgens Chris Anderson (Free) kan deze vorm van 'gratis' allerlei vormen aannemen: "gift-economie", uitwisseling door arbeid, piraterij

de gift-economie

Geld is niet altijd de enige motivator. Dat zien we bijvoorbeeld in het geval van de twaalf miljoen gratis artikelen op Wikipedia tot de twee miljoen gratis tweedehands goederen die via Freecycle worden aangeboden. Altruïsme heeft altijd bestaan, maar op het web heeft het een podium waar acties van individuen soms wereldwijd invloed hebben. In zekere zin heeft de gratis verspreiding van sharing een bedrijfstak gemaakt. "Vanuit het perspectief van de monetaire economie ziet het er allemaal gratis uit - en kan daardoor op oneerlijke concurrentie lijken - maar dat zegt meer over de kortzichtige manieren waarop financiële waarde wordt gemeten dan over de waarde die delen oplevert.", zegt Anderson.

De prikkels om dingen te delen kunnen variëren van reputatie en aandacht tot minder gemakkelijk te meten factoren als expressie, plezier, voldoening en soms gewoon eigenbelang (als je gratis oude meubels wegschenkt aan de kringloopwinkel komen ze die halen en bespaar je je een rit naar het containerpark).
Soms geven mensen onbewust of passief. Je geeft Google informatie als je een openbare website hebt, of dat nu je bedoeling is of niet; of je recycleert papier of blikjes en verpakkingen (= je geeft ze gratis weg) die via gescheiden afvalophaling toch nog een waarde hebben en hergebruikt worden.

uitwisseling van arbeid

Iedere keer dat je iets opzoekt op Google, help je het bedrijf de algoritmes te verbeteren zodat het meer advereerders aantrekt. Iedere keer dat je een gratis dienst gebruikt, schep je iets van waarde, of het nu gaat om verbetering van de dienst zelf of het creëren van informatie die ergens anders van pas kan komen. Onbewust ruil je je arbeid in voor iets gratis.

piraterij

Het beste voorbeeld hiervan is onlinemuziek. Tussen digitale reproductie en de verspreiding onder vrienden hebben de werkelijke distributiekosten van muziek echt het laagste punt bereikt. Dit is een voorbeeld van hoe een product gratis kan worden uit pure economische noodzaak, ongeacht het bedrijfsmodel. Deze economische kracht werkt zo sterk dat wetten, copyrightbescherming, inwerken op het geweten van consumenten en iedere barrière tegen piraterij die platenmaatschappijen kunnen verzinnen, hebben gefaald.
Sommige artiesten geven hun muziek op internet weg als promotie voor hun concerten, merchandise, licenties en andere zaken waarvoor dan wel betaald wordt. Maar andere muzikanten hebben gewoon geaccepteerd dat ze zelf geen geld verdienen met hun muziek. Ze maken muziek om andere redenen, voor hun plezier of om zich creatief te uiten. En dat gold natuurlijk altijd al voor de meeste musici.

gratis 3: Freemium - Free Chris Anderson

Wat is gratis: alles waar een betaalde versie tegenover staat

gratis voor wie: gewone gebruikers

De term 'Freemium' werd uitgevonden door de investeerder Fred Wilson. De term verwijst naar een van de meest voorkomende bedrijfsmodellen op het web. Freemiums kunnen allerlei vormen aannemen. Een bekend voorbeeld is de 'professionele versie' van een site of een software die meer mogelijkheden biedt dan de gratis versie.



Freemium is gebaseerd op het model van de gratis proefmonsters, maar met een significant verschil. Het traditionele gratis proefmonster is een reep chocolade die ter promotie wordt uitgereikt of een gratis pak luiers dat aan jonge moeders wordt bezorgd. Omdat deze monsters concrete kosten met zich meebrengen geeft de fabrikant maar een kleine hoeveelheid weg. Zo hoopt hij consumenten te strikken en de vraag naar zijn product te stimuleren.

Maar bij digitale producten is de verhouding tussen gratis en betaald andersom. Een gemiddelde website volgt de vijf-procent regel: vijf procent van de gebruikers ondersteunt alle andere gebruikers. In het freemium-model betekent dit dat voor iedere gebruiker die voor de professionele versie betaalt negentien anderen de gratis basisversie krijgen. De reden dat dit werkt is dat de kosten die deze negentien 'veroorzaken' zo dicht bij nul liggen dat ze te verwaarlozen zijn.

Voorbeelden van gratis 3: Freemium: enkele gebruikers ondersteunen de rest
  • Geef basisinformatie weg, verkoop meer uitgebreide informatie in gebruiksvriendelijke vorm
  • Geef inhoud op het web gratis weg, verkoop gedrukte inhoud (alles van tijdschriften tot boeken)
  • Geef demonstratiesoftware weg, laat de volledige versie betalen (videogames, waarin je de eerste levels gratis kunt spelen om te kijken of het wat voor je is)
  • Geef diensten voor het delen van foto' s weg, laat betalen voor extra opslagruimte (Flickr)
  • Geef een hoofdstuk weg, verkoop het boek (uitgevers die gebruik maken van Google Book Search)

gratis 2: de drie-partijenmarkt - Free Chris Anderson

Wat is gratis: inhoud, diensten, software

Gratis voor wie: iedereen

"Het meest voorkomende economisch model rond het concept gratis is het drie-partijensysteem" zegt Chris Anderson in zijn boek 'Free'. Hierin speelt een derde partij een rol in een markt die is gecreëerd door een gratis uitwisseling tussen de eerste twee partijen.

We zien dit systeem elke dag in de realiteit. Het is de basis van het economisch model van vrijwel alle media.



In het traditionele mediamodel levert een uitgever een gratis (of bijna gratis) product aan consumenten, terwijl adverteerders betalen om mee te mogen doen. Ook radio en televisie zijn 'gratis' te beluisteren en te bekijken. Kranten- en tijdschriftenuitgevers rekenen hun lezers niet de werkelijke kosten aan van het maken, drukken en distribueren van hun producten. Ze verkopen geen kranten en tijdschriften aan lezers, ze verkopen lezers aan adverteerders.

Het web houdt een uitbreiding in van het media-bedrijfsmodel naar andere bedrijfstakken. Het gaat om meer dan het eenvoudige principe dat advertenties alles moeten betalen. Mediabedrijven verdienen op tientallen manieren geld met gratis inhoud, van het verkopen van informatie over consumenten tot het in licentie geven van merknamen, het aanbieden van lidmaatschappen met toegevoegde waarde en directe e-commerce. Er is een compleet systeem van webondernemingen in ontwikkeling rond dezelfde reeks modellen.

Economen noemen dergelijke modellen 'tweezijdige markten' want er zijn twee afzonderlijke gebruikersgroepen die elkaar synergetisch steunen: adverteerders betalen ervoor dat media de consument bereiken. Deze steunt op zijn beurt de adverteerders. De consument betaalt uiteindelijk, maar doet dat alleen indirect, door voor producten een hogere prijs te betalen, een verhoging die wordt veroorzaakt door de marketingkosten. Dit geldt ook voor andere markten dan de media, bijv. creditcards. Een gratis kaart betekent dat de consument meer bij winkels uitgeeft en dat de banken meer vergoedingen krijgen. Een ander voorbeeld zijn de besturingssysteemtools die softwareontwikkelaars gratis ter beschikking krijgen; door hun ontwikkelingen trekken ze meer consumenten naar het platform. In alle gevallen worden de kosten gespreid en/of blijven ze onzichtbaar genoeg om de consumenten het gevoel te geven dat de goederen waar het om gaat 'gratis' zijn.

Voorbeelden van gratis 2: drie-partijenmarkt of tweezijdige markt: de ene gebruikersgroep ondersteunt een andere
  • Geef de inhoud weg, verkoop de toegang tot het publiek (door advertenties ondersteunde media)
  • Geef creditcards weg zonder lidmaatschapkosten, bereken een transactietarief aan handelaren
  • Geef (wetenschappelijke) artikels weg, laat de auteurs betalen voor de publicatie ervan.
  • Geef document readers weg, verkoop document writers (Adobe)
  • Geef vrouwen gratis toegang, laat mannen betalen (disco)
  • Geef kinderen gratis toegang, laat volwassenen betalen (musea)

zaterdag 23 oktober 2010

eerste open koffie van openoverheidnu Jan Seurinck

Op 26 oktober 2010 organiseerde openoverheidnu, een socialemediaproject van de Vlaamse overheid, een eerste bijeenkomst voor ambtenaren die begaan zijn met sociale media onder de noemer open koffie.

Het initiatief is gestoeld op het goede voorbeeld van ambtenaar 2.0 in Nederland.

Voor deze eerste open koffie werd prominent blogger en twitteraar Jan Seurinck gevraagd zijn ervaringen en inzichten over bloggen, Facebook, Twitter, LinkedIn te delen met een groep van communicatieverantwoordelijken van de Vlaamse overheid die starten met sociale media.

De presentatie van Jan kan je bekijken op zijn blog geschreven om te lezen - schrijfsels van een communicatiegeek.

Hierna geef ik enkele rake uitspraken van Jan mee, ideeën om over na te denken.

  • Als je als individu of als organisatie beslist om te starten met sociale media, ga er dan voor!
  • Is je organisatie klaar voor sociale media?
  • Ga niet te snel. Sociale media is een werk van lange adem. Belangrijk is dat lezers terugkeren naar je blog of facebookpagina en dat je organisch groeit en een community opbouwt.
  • Het gaat over conversatie, over dialoog met mensen, over interactie.
  • de 99-regel: 1 schrijver die 9 personen bereikt of beïnvloedt, waarnaar 90 andere mensen luisteren. De kunst bestaat er in die 9 'opinion leaders' te betrekken en te behouden want zij zorgen voor de verdere verspreiding van je verhaal.
  • Focus! Beperk je tot enkele sleutelwoorden/thema' s waarrond je werkt en je profileert. Je kan niet sterk zijn in alle onderwerpen op alle platformen.
  • Laat potentiële lezers zich niet registreren. Elke drempel of tussenstap is er één te veel. Mensen haken snel af.
  • You are out of control. Get over it.
  • Het gaat niet over techniek maar over inhoud. Marshall McLuhan: "The content of a new medium is the old medium". Bega niet de fout de inhoud van je folder of brochure klakkeloos over te nemen in de nieuwe media in andere formats. Zo werkt het niet.
  • Read first, write next. Wat schrijven (vooraanstaande) opiniemakers in de nieuwe media over jouw onderwerp? Eerst veel lezen. Ga ook in interactie op andere fora. Je hoeft niet alles zelf te willen brengen op je eigen site of blog.
  • Het gaat niet om een zo groot mogelijk aantal fans of volgers. Het gaat om het opbouwen van een duurzame relatie met mensen die er toe doen.
  • Start nu! Waar wacht je nog op?

vrijdag 15 oktober 2010

gratis 1: directe kruissubsidies (Free - Chris Anderson)

In een eerder bericht gaf ik aan wat Chris Anderson verstaat onder kruissubsidies. Hier volgt zijn definitie van gratis 1: directe kruissubsidies.

Wat is gratis: elk product dat met zich meebrengt dat je voor iets anders betaalt.

Gratis voor wie: iedereen die bereid is om uiteindelijk op een of andere manier te betalen.


Wanneer een warenhuis één DVD te koop aanbiedt en er een weggeeft, is dat een prijsstunt. Het warenhuis biedt de DVD onder de kostprijs aan om je naar de winkel te lokken, in de hoop dat je een wasmachine koopt of een winkelmandje vollaadt met winstgevende andere producten.

De leverancier van je mobiele telefoon maakt misschien geen winst op je maandelijkse belminuten, maar de voicemailservice is pure winst voor hem.

Bedrijven kijken naar een portfolio aan producten en hangen aan sommige een prijskaartje van nul (of bijna nul) om andere, bijzonder winstgevende producten aantrekkelijker te maken.

kruissubsidies - Free - Chris Anderson

In een eerder blogbericht verwees ik naar het boek "Free" van Chris Anderson en had ik het over de verschillende vormen van gratis die Anderson onderscheidt.

In dit bericht gaan we dieper in op een bijzondere vorm van "gratis": kruissubsidies.

Op de een of andere manier moet overal voor worden betaald, is het niet rechtstreeks door jezelf dan wel door iemand anders die belang heeft bij het product in kwestie.

Soms betalen mensen indirect voor producten.

De gratis krant 's morgens in de trein wordt gefinancierd door advertenties, die deel uitmaken van het marketingbudget van de adverteerders. Dat budget is opgenomen in de winstmarge, waarvoor jij en andere mensen betalen in de vorm van duurdere goederen.
Je betaalt ook met een beetje van je tijd en - omdat je wordt gezien terwijl je de krant leest - met je reputatie.

De gratis parkeerplaats bij de supermarkt zit verrekend in de prijs van de producten en de gratis proefmonsters worden "gesubsidieerd" door degenen die betalen voor de betalende versies.


In de gift economy zijn de kruissubsidies subtieler.

Blogs zijn gratis en bevatten gewoonlijk geen advertenties, maar dat betekent niet dat er iedere keer dat je de blog bezoekt geen waarde wordt uitgewisseld. In ruil voor gratis inhoud verbeter je de reputatie van een blogster wanneer je die aandacht schenkt, of je dat nu doet met een bezoek of via een link. Ze kan haar reputatie gebruiken om een betere baan te vinden, haar netwerk uit te breiden of meer lezers aan te trekken.

Kruissubsidies werken op verschillende manieren.

1) betaalde producten die gratis producten subsidiëren.

Een product wordt helemaal weggegeven: een 'gratis cadeau in het pak' of gewoon een gratis proefmonster.

2) later betalen, nu subsidiëren

Een klassiek voorbeeld van een subsidie in de tijd is de gratis mobiele telefoon bij een tweejarig abonnement. In dit geval subsidieert je toekomstige zelf je huidige zelf. Zo' n bedrijf hoopt erop dat je niet stilstaat bij de kosten die je elk jaar voor de telefoondienst moet betalen, maar dat je onder de indruk bent van de gratis telefoon die je vandaag krijgt.

3) betalende mensen subsidiëren mensen die hetzelfde gratis krijgen.

Marktsegmentering in groepen op basis van hun bereidheid of vermogen tot betalen. Met het concept gratis wordt dit tot in het extreme doorgevoerd en uitgebreid naar een hele klasse van consumenten die het product of de dienst gratis krijgt. Dit gebeurt in de hoop dat de consumenten die iets krijgen betalende consumenten aantrekken of meenemen, of dat een deel van de consumenten die niet betalen, betalende klanten worden.

Voorbeelden:
Mannen betalen voor toegang tot de disco, vrouwen mogen gratis binnen.
Kinderen onder tien jaar gratis toegang, op voorwaarde dat ze vergezeld zijn van een (betalende) volwassene.

In de wereld van kruissubsidies vallen gratis-modellen grofweg onder vier hoofdcategorieën:
1) directe kruissubsidies
2) de drie partijenmarkt
3) Freemium
4) non-monetaire markten

verschillende soorten gratis in commerciële zin - Free - Chris Anderson

Chris Anderson legt in zijn boek "Free" de verschillende betekenissen uit van het begrip gratis. Die verschillende betekenissen corresponderen volgens hem met evenveel bedrijfsmodellen.

1) Soms is gratis niet echt gratis

  • 'Koop er een en u krijgt er een gratis' betekent gewoon dat je 50 procent korting krijgt als je er twee koopt.
  • 'Gratis verrassing in de doos' betekent dat de kosten van het geschenk in de totale kostprijs van het product zijn verwerkt.
  • 'Geen verzendkosten' betekent meestal dat de verzendkosten al verrekend zijn in de verkoopprijs.

2) Natuurlijk is gratis wel degelijk gratis, maar dat is niet echt een nieuw economisch model.

  • Een 'gratis proefmonster' is eenvoudige marketing met de bedoeling om een product op de markt te brengen en tegelijk een kleine morele verplichting te scheppen bij de consument om het voorwerp later voor de volledige prijs te kopen.
  • 'Gratis uitproberen' mag dan niets kosten, dat geldt maar voor een beperkte tijd; soms is het lastig om later de betalende versie af te wijzen.
  • 'Gratis lucht' bij een tankstation is in economische termen een "complementair goed": een gratis product (zelf je banden oppompen) om de belangstelling voor een betaald product te wekken (al het overige, van een pakje kauwgom of een tijdschrift tot de benzine zelf natuurlijk).

3) vrije inhoud die door advertenties wordt betaald

Dit is een bedrijfsmodel van meer dan een eeuw oud: een derde partij (de adverteerder) betaalt voor een tweede partij (de consument) zodat deze de inhoud gratis kan krijgen. Dit is de wereld van reclame in de media, van gratis radio- en tv-uitzendingen tot het meeste wat je op het web vindt.

4) gratis is soms echt gratis en vertegenwoordigt dan een nieuw economisch model

Meestal is deze vorm van gratis online te vinden, waar de digitale economie, die vrijwel geen marginale kosten kent, heer en meester is.
  • Flickr, een dienst voor uitwisseling van foto' s, is voor de meeste gebruikers gratis; het bedrijf maakt zelfs geen gebruik van advertenties.
  • Google: het meeste van Google is gratis; gmail, books, docs, ...
  • Wikipedia en blogs zijn gebaseerd op de "gift economy", gebaseerd op niet-monetaire prikkels als reputatie, aandacht, expressie ...
Alle vier de vormen van gratis komen neer op variaties van hetzelfde: het schuiven met geld, van product naar product, van persoon naar persoon, tussen nu en later, of naar niet-monetaire markten en weer terug. Economen noemen dit kruissubsidies.

dinsdag 12 oktober 2010

Hoe het nieuwe gratis de markt radicaal verandert - Free Chris Anderson

Free - Chris Anderson

In deze post geef ik een intro op het boek 'Free' van Chris Anderson, hoofdredacteur van het tijdschrift Wired en auteur van een ander baanbrekend werk, The Long Tail.

vier modellen van gratis

In volgende posts behandel ik afzonderlijk de vier modellen van gratis:
  1. gratis 1: directe kruissubsidies
  2. gratis 2: de drie partijenmarkt
  3. gratis 3: freemium
  4. gratis 4: non-monetaire markten
de paradox van gratis = de centrale vraag van "Free"

Je kan met Blogger van Google een gratis blog maken, g-mail gebruiken of google docs. Daar hoef je niet voor te betalen. Nochtans is Google een winstgevend bedrijf. Je kan foto' s opladen en delen met je vrienden; je kan "gratis" naar muziek luisteren of video' s bekijken op YouTube. Je kan gratis twitteren.
Mensen en bedrijven verdienen geld zonder anderen iets te laten betalen. Is gratis dan echt gratis, zitten er m.a.w. geen addertjes onder het gras?

gratis van de 20° eeuw is niet hetzelfde als gratis in de 21° eeuw

Gratis is niet nieuw, het verandert wel. Dat gebeurt op zulke manieren dat we gedwongen zijn om bepaalde basistheorieën over menselijk gedrag en economische prikkels te herzien.
Wie begrijpt hoe het nieuwe gratis werkt, zal de markt van morgen beheersen en de markt van vandaag ontwrichten. "Free" handelt over die ondernemers en wat ze ons leren. Het gaat over verleden en toekomst van een radicale prijs.

In de 20° eeuw werd een zeer effectieve marketingtruc uitgevonden en toegepast: het ene product weggeven om vraag naar een ander product te creëren.

Het gratis van de 21° eeuw is een totaal nieuw economisch model. Die nieuwe vorm van gratis is gebaseerd op de economie van bits, niet van atomen. Het digitale tijdperk heeft een unieke eigenschap: iets wat eenmaal software wordt, wordt onvermijdelijk gratis, in ieder geval wat de kosten betreft en vaak ook de prijs. Gratis in de bitseconomie kan écht gratis zijn; geld komt in het verhaal vaak helemaal niet voor.

nieuwe bedrijfsmodellen

De interessantste hedendaagse bedrijfsmodellen beschrijven manieren om geld te verdienen rond gratis. Vroeg of laat zullen alle bedrijven moeten uitvinden hoe ze gebruik kunnen maken van gratis of daarmee kunnen concurreren.

In welke economie is jouw bedrijf actief: die van de atomen of die van de bits? Ondervind je al concurrentie? Ooit gedacht dat een papieren encyclopedie zou ophouden te bestaan en vervangen worden door een gigantische, vrij doorzoekbare, steeds actueel gehouden, gratis online versie, wikipedia?

zaterdag 9 oktober 2010

Ben jij een community manager? Een nieuw beroep in de communicatiesector

Wat doet een community manager?

Luitseren naar wat mensen over je merk of je bedrijf zeggen, op zoek gaan naar de plaatsen op internet waar mensen over je dienst, je product of je bedrijf spreken: dat is het werk van de community manager.

Internet en sociale media veranderen alles

Mensen gebruiken sociale media om hun ervaringen met elkaar te delen, informatie en tips uit te wisselen, zich te organiseren. Steeds vaker worden sociale media door consumenten gebruikt om hun grieven te uiten over een dienst of product. Als modern bedrijf moet je daar op inspelen. Dit is geen vrijblijvende taak.

Het is bijna een voltijdse taak van een community manager om te luisteren en te detecteren wat er leeft in "communities". Als er kritiek wordt gespuid is het uiteraard belangrijk de kritiek erstig te nemen en binnen het bedrijf te onderzoeken welke oplossingen kunnen geboden worden en hoe de dienstverlening anders kan georganiseerd worden of de kwaliteit van het product verbeteren.

Community management is niet enkel crisiscommunicatie

Het zou verkeerd zijn community management louter als crisiscommunicatie te beschouwen. Crisiscommunicatie vertrekt vanuit een defensieve, reactieve houding. Het loont om een communitybeleid voor je belangrijke communities uit te stippelen en open en transparant met die communities te communiceren. Een nieuwe vorm van public relations, voor zowel goede als slechte tijden.

Ben jij een community manager?

Jonas Eraly is community manager bij Truvo. Truvo heeft met sayso een interactief platform ontwikkeld waarop gebruikers zelf activiteiten kunnen aanbrengen en recenseren.

Een andere bekende "community manager" is Philippe Borremans, officieel chief social media officer bij de Van Marcke Groep.

Ik ben een klassiek geschoolde communicatiemanager en ondervind dagelijks de noodzaak tot verandering, een nieuwe invulling van het beroep. We zitten niet langer aan het communicatiestuur. De mondige burgers hebben zich georganiseerd, de community spreekt. Wat zijn jouw ervaringen? Laat het mij weten!

donderdag 7 oktober 2010

Threats van sociale media voor corporate communicatie

Wanneer start jouw bedrijf met sociale media?

De vraag is niet of bedrijven gaan starten, maar wanneer. Van de aanwezige bedrijven op de workshop bleek slechts een fractie actief te zijn op sociale media, een beleid hiervoor te hebben ontwikkeld of over richtlijnen (een code) voor de medewerkers te beschikken. Er is nog steeds koudwatervrees. Bedrijven vertrouwen hun medewerkers niet. Vreemd, want ze hebben veel tijd en energie gestopt in hun aanwerving, opleiding en training.

Studiedag van de Stichting Corporate Communicatie


Het thema "sociale media: bedreiging of opportuniteit" kwam aan bod op een studiemiddag van de Stichting Corporate Communicatie. Op 7 oktober kwam het thema "Threats van sociale media voor corporate communicatie" aan bod. In een volgende sessie worden de "opportunities" onder de loep genomen.

De studiesessie werd geleid door prof. Katia Segers van het Centrum voor Media- en Cultuurstudies (VUB). Keynote speakers waren Jo Pierson, professor aan de vakgroep communicatiewetenschappen (VUB) en Philippe Borremans, chief social media officer bij de Van Marcke Group.



Het klassieke communicatiemodel zender - ontvanger is achterhaald

We stellen een verschuiving vast van de klassieke communicatie van bedrijven en organisaties via de massamedia (zendergestuurd) naar "Mass self communication", interpersoonlijke communicatie, massaal veel informatie, snelle verspreiding van de informatie via allerlei nieuwe kanalen. Jo Pierson verwijst naar het boek van  Manuel Castells - communication power.

Het individu, de persoon wordt deel van een netwerk; niet langer staat het bedrijf, de organisatie, het gezin centraal. De persoon fungeert als portaal. Het individu heeft een veel grotere vrijheid om te communiceren. Hierdoor neemt zijn verantwoordelijkheid en zijn kwetsbaarheid toe. Wie veel informatie over zichzelf prijsgeeft, stelt zich bloot aan misbruik. We moeten mensen leren verantwoord omgaan met sociale media, zeker jongeren. Hier is een rol weggelegd voor het onderwijs.

Controle is uit den boze!

In een dergelijke context heeft het voor een bedrijf geen zin om de massale stroom aan informatie via de vele kanalen te willen sturen of controleren. Nochtans kan ernstige financiële of commerciële schade aan een bedrijf worden toegebracht of kan de reputatie van het bedrijf gekelderd worden via sociale media. Medewerkers dan maar verbieden sociale media op het werk te gebruiken? Dit werkt niet! Buiten het werk, thuis en onderweg, hebben medewerkers tal van mogelijkheden om te communiceren via allerlei sociale media.

Sociale media in je bedrijf? Angst voor misbruik en wantrouwen is groot!

Bij bedrijven zien we de klassieke "angst voor misbruik" telkens nieuwe media hun weg vinden naar de werkvloer. Bij de introductie van telefoon was er de vrees dat medewerkers constant zouden bellen voor privé-doeleinden; bij de opkomst van internet dat mensen hun tijd op het werk zouden verdoen met surfen en bij de implementatie van e-mail dat vertrouwelijke informatie zou gelekt worden. Dezelfde angst of afkeer zien we tegenover nieuwe sociale media: "Wat is de meerwaarde? Wat is het doel? Is dit allemaal nodig? Wat kost het?" Philippe Borremans stelt: "Medewerkers hebben geen sociale media nodig om hun tijd te verdoen." Het gaat er om mensen te vertrouwen en te coachen op resultaten.

Beter is het voor het gebruik van sociale media een beleid te ontwikkelen en richtlijnen te maken waaraan medewerkers zich dienen te houden. Een gefaseerde aanpak is nodig.

Eerst luisteren, monitoren en leren

Hoe begin je eraan als bedrijf? Eerst luisteren! Op welke sociale media komt je bedrijf aan bod of worden de thema' s en onderwerpen bediscussieerd waar je als bedrijf mee bezig bent? In de eerste fase is monitoring en tracking zeer belangrijk.
Geleidelijk aan kan je gaan mee doen in de conversatie. Respecteer de spelregels! Tussenkomen in discussies op fora vereist een strategische aanpak.

Langetermijnplanning noodzakelijk

In een tweede fase kan je een plan ontwikkelen om sociale media die voor je bedrijf belangrijk zijn en impact hebben in te schakelen in je mediamix. Het moet een langetermijnplanning zijn, gekoppeld aan de organisatiedoelstellingen:
  • transparante communicatie over het bedrijf
  • het ondersteunen van PR-doelstellingen
  • reputatiemanagement

Ontwikkel intern platformen die ideëenuitwisseling, conversaties en samenwerking mogelijk maken, bijv. een intranet met communities, blogs, wikis, ... Op die manier introduceer je in je bedrijf een nieuwe manier van werken.

Bezin eer je begint. Niets is dodelijker dan je halfslachtig engageren, je medewerkers niet begeleiden of onvoldoende middelen er voor inzetten.

Conclusies:
  • Als bedrijf niet meedoen met sociale media is onhoudbaar
  • Ontwikkel een beleid voor sociale media
  • Maak een langetermijnplanning, gekoppeld aan de bedrijfsdoelstellingen
  • Zorg voor opleiding en begeleiding van de medewerkers
  • Zorg voor voldoende budget
  • Ontwikkel richtlijnen voor de medewerkers, "social media guidelines"

dinsdag 5 oktober 2010

Europcom - European Public Communication Conference and Network

Op 12, 13 en 14 oktober wordt in Brussel de eerste Europese conferentie over overheidscommunicatie georganiseerd. Er zijn 400 deelnemers; inschrijven is niet meer mogelijk.

Er zijn 6 thema' s:
  1. communiceren over Europa op verschillende beleidsniveaus
  2. overheidscommunicatie efficiënter en professioneler maken
  3. communiceren op manieren dat publieke participatie wordt bevorderd
  4. duurzame communicatie: lange termijn communicatie en milieuvriendelijk communicatiebeleid
  5. media- en persrelaties
  6. 'branding' staten, regio' s, steden en gemeenten
programma:

Regional marketing: creating a brand strategy

Communications and Web 2.0: the impact of social networking

Linking public sector communications professionals across Europe

Developing a sustainable, responsible form of communicating

Getting people involved with a government project

Europe going local

Communicating with the media

Changing behaviour

maandag 4 oktober 2010

Threats van sociale media voor corporate communicatie

Op donderdag 7 oktober organiseert de Stichting Corporate Communicatie een studiemiddag onder de noemer "Threats van sociale media voor corporate communicatie".

De inschrijvingen zijn afgesloten. Ik breng later verslag uit over de workshop. De workshop wordt geleid door Jo Pierson en Philippe Borremans.

Jo Pierson is professor aan de vakgroep Communicatiewetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Daarnaast werkt hij sinds 1997 als senior onderzoeker voor het onderzoekscentrum SMIT (Studies over Media, Informatie en Telecommunicatie) aan de VUB, dat deel uitmaakt van het IBBT (Interdisciplinair centrum voor BreedBandTechnologie).




Hij doceert over socio-economische aspecten van nieuwe media. Zijn kernexpertise ligt in het domein van het innovatiestrategisch onderzoek naar gebruik en betekenis van mediatechnologie thuis, op het werk en onderweg.



Philippe Borremans, Chief Social Media Officer bij de Van Marcke Group, is verantwoordelijk voor alle online collaboratie en het gebruik van sociale media binnen de bedrijven van de Van Marcke Group.



Tijdens de middagsessie geeft hij uitleg over de manier waarop de Van Marcke Group sociale media inschakelt in haar communicatie.

zondag 3 oktober 2010

Deponeer je werken bij SABAM voortaan op www.onlinedepot.be

Deponeer je eigen teksten, liedjes of audiovisuele werken voortaan online via http://www.onlinedepot.be/. De site aanvaardt zowel
  • audiovisuele werken (scenario, draaiboek, storyboard, ...)
  • literaire werken (manuscripten of toneelstukken)
  • muziekwerken (liedjestekst, compositie, ...)
  • foto' s
  • tekeningen
Het deponeren van je werken bij SABAM is een preventieve beschermingsmaatregel alvorens je je werken aan derden (een producent of een uitgever) laat zien.
Als auteur ontvang je een registratienummer en een datum die je als bewijs kan gebruiken in geval van plagiaat of gebruik van het werk zonder je toestemming.
Het onlinedepot is gratis en neemt maar enkele minuten in beslag.

Het depot geldt voor vijf jaar. Om nadien het vaderschap van je werk nog eens met vijf jaar te verlengen moet je € 20 à € 30 betalen.

De procedure staat open voor de leden van Sabam. Als niet-lid kan je ook op de site terecht. Voor het innen, beheren en uitkeren van de auteursrechten is wel lidmaatschap van Sabam of een andere beheersvereniging vereist. Sabam is de Belgische Vereniging van Auteurs, Componisten en Uitgevers.

zaterdag 2 oktober 2010

Anysurfer kwaliteitslabel voor websites die voor iedereen toegankelijk zijn

AnySurfer is een kwaliteitslabel voor websites die voor iedereen toegankelijk zijn — ook voor mensen met een functiebeperking.
Slechtzienden, blinden en ouderen ervaren online het vaakst problemen, maar AnySurfer bewaakt ook de toegankelijkheid voor internetgebruikers met motorische en auditieve beperkingen.

Op de website van Anysurfer kan je alle vereisten vinden om je website toegankelijk te maken.

documentbeheer in de praktijk - infosessie afdeling Proces- en Informatiebeleid

Op donderdag 9 september 2010 organiseerde de COP Documentbeheer en archivering voor de vijfde keer een infosessie voor alle geïnteresseerden binnen de Vlaamse overheid. De studiesessie werd ingeleid door Bart Severi van de afdeling Proces- en Informatiebeleid.


Deze keer ging de COP dieper in op documentbeheer en hoe je dit kunt organiseren binnen je organisatie. Isabel Vandecandelaere gaf een bijdrage over het gebruik van een fileserver. Zeger Sioen had een interessante case over het documentbeheerssysteem van MOW.

Als externe expert werd Frederik Rosseel van Docbyte uitgenodigd die een toelichting kwam geven over een aantal veel voorkomende valkuilen bij de implementatie van een DMS.


Bekijk de presentaties.

Teamdag ANB - VLM over communicatie natuurinrichting

Op 23 september hielden projectleiders natuurinrichting van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) een teamdag in Turnhout.

Plaats van afspraak was de Klein Engelandhoeve. In de voormiddag werd een toelichting gegeven over de nieuwe huisstijl voor natuurinrichting, de communicatie-aanpak in een recent natuurinrichtingsproject en de mogelijke inzet van sociale media voor communicatie over natuurinrichting.

ANB is actief bezig met sociale media - web 2.0.

In de namiddag werd onder de deskundige leiding van Mario De Block een bezoek gebracht aan het natuurinrichtingsproject Turnhouts Vennengebied. Hierbij een foto-impressie van de wandeling. Eindpunt van de wandeling was de uitkijktoren aan het "Bels Lijntje".