zaterdag 11 december 2010

Karl Gilis: Overheidswebsites moeten de klant centraal stellen

Overheden zetten hun organisatie en hun diensten nog te vaak in de kijker op hun website en focussen niet op de noden van de klant. Dat was de centrale boodschap van webusability expert Karl Gilis op de studiesessie van de Vlaamse overheid over effectieve online communicatie op 9 december in Brussel.

Je kan de presentatie van Karl bekijken op zijn usabilty-blog: 20 tips voor bruikbare overheidswebsites.

Gilis was de eerste spreker op de studiedag en had direct iedereen mee. Vakkundig legde hij de vinger op de wonde en toonde aan de hand van voorbeelden aan wat er zoal schort aan overheidswebsites. Tal van webverantwoordelijken en communicatieverantwoordelijken in de zaal zagen hun website genadeloos gefileerd door tornado Karl. Hij kweet zich met humor en bravoure van zijn taak. Het was confronterend en verhelderend. De boodschap is aangekomen: zet niet de organisatie centraal op je website, maar de burger.

Karl Gilis had nog enkele tips in petto.


1. Laat uw ego thuis

De website van je organisatie is niet je persoonlijke speeltuin. Jouw mening is onbelangrijk. Het gaat er om dat de klant, de burger direct op je website kan vinden wat hij daar kan doen.

2. Klant is koning, correctie: klant is dictator

Wat kan de klant concreet doen op je website? Hoe kan je de klant het best bedienen? De burger staat centraal en heeft het voor het zeggen. Als mensen niet vinden wat ze zoeken zijn ze zo weer weg. En wat meer is: vandaag klagen ze daar over via sociale media en die klachten worden supersnel en breed verspreid.

3. Begin elke dag met een mantra (Gerry McGovern)

Gilis verwijst naar Gerry McGovern, auteur van "The stranger's Long Neck - How to deliver what your customers really want online." De bezoeker is het middelpunt. Zet de klant centraal. Nog te veel sites spreken pagina’ s lang over de organisatie, over visie en missie, doelstellingen, ellenlang proza, waar de klant geen boodschap aan heeft. Alle overtollige info moet weg; pagina’ s die nooit bekeken worden moeten verwijderd worden. Vaststelling: slechts 1 % van de bezoekers van een website is geïnteresseerd in nieuws. Waarom staat de nieuwssectie op zoveel overheidssites centraal?

4. Het gaat om uw dienstverlening, niet om uw diensten

Mensen komen naar je website voor oplossingen. Welke vragen stellen je klanten? Welke antwoorden geef je? Met welke problemen worden je klanten geconfronteerd en welke oplossingen bied je aan?

5. Geef het volk wat het volk vraagt

Doe onderzoek naar het gebruik van je website door je klanten. Wat werkt, wat werkt niet. Doe af en toe een korte online enquête. Waarom en voor welke diensten nemen mensen contact op via de website?

6. Spreek de taal van uw publiek

Je moet de woorden gebruiken die je klanten gebruiken. Dit is relatief eenvoudig te achterhalen. Hang dan niet de wijsneus uit en gebruik dezelfde trefwoorden en zoektermen die je klanten gebruiken.

7. Zet je website op dieet

Als je minder weegt kun je meer. Verouderde info moet bijgewerkt worden. Pagina’ s die niet belangrijk zijn moeten weg. 85 % van de pagina’ s op een website worden nooit bekeken. Stop met inleidingen schrijven: kom meteen ter zake.

8. Maak procedures zo eenvoudig mogelijk

Nog te vaak zie je op overheidswebsites dat een klant - voor een eenvoudige aanvraag of premie - zich door tal van invulschermen moet worstelen en zich uiteindelijk toch nog vastrijdt. Stuur je klanten niet onnodig via allerlei invulschermen de jungle in. Hou het eenvoudig en bondig!

9. Focus op toptaken

Via onderzoek en analyse van webresultaten kan je de toppagina’ s van je website achterhalen. Besteed de meeste aandacht aan de pagina’ s waar je klanten vaak naar toe komen of het langst vertoeven.

10. De homepage van je website is een uitvalsbasis, geen krant

Stop met uitgebreide nieuwssecties op je homepage. De klant heeft hier geen boodschap aan. De klant wil zo snel mogelijk een antwoord op zijn vraag of een oplossing voor zijn probleem. Het gaat om inhoud! De website moet taakgericht zijn. De klant moet iets kunnen doen op je site.

11. Bouw de navigatie van je site rond toptaken en topthema’ s

De link naar inhoud die mensen zoeken en nodig hebben moet prominent op de startpagina staan (linksboven – in de F; zie resultaten eye tracking). Moet je als webbeheerder intern een strijd voeren met diensten die absoluut hun tekstjes op de homepage willen, dan moet je die voeren. De klant heeft niets te maken met de interne keuken van de organisatie en wil vooral geholpen worden. Wat belangrijk is voor de bezoekers van je website moet vooraan staan. Zorg voor thema’ s in de navigatie vanuit de interesse van de klant.

12. Laat bezoekers geen doelgroep kiezen

De doelgroepenindeling vertrekt altijd vanuit de logica van de organisatie, niet vanuit de klant. Laat de klant daar geen tijd mee verliezen.

13. Keuzepagina’ s dienen om keuzes te maken

Er zijn twee goede manieren om de bezoekers van je website een keuze te laten maken:
1) Ofwel blokken met links gegroepeerd in een thema
2) Ofwel gewoon links onder mekaar.
De keuzepagina moet beknopt, helder en eenvoudig zijn. De keuzes moeten centraal staan. Een keuzepagina is 100 % keuzepagina: geen banners, foto’ s, logo’ s en andere zaken die alleen maar de aandacht afleiden. Soms is het beter de keuzepagina maar voor de helft te vullen met keuzes en een deel van de pagina blanco te laten.

14. Detailpagina’ s die onmiddellijk overtuigen

Zorg voor actiepagina’ s: vragen en antwoorden; eenvoudige opsommingen. Superbelangrijk: een goede zoekfunctie. Laat de klant de vraag stellen en zorg voor het antwoord op zijn vraag.

15. De rechterbalk is dood

Eye-tracking onderzoek heeft aangetoond dat mensen die een webpagina bekijken vooral focussen op de linkerhelft van de pagina. Info op de rechterzijde van de pagina wordt niet bekeken of onthouden. Moet je op de rechterzijde dan helemaal niets plaatsen? Je kan rechts kleine foto’ s plaatsen of randinformatie. Belangrijke informatie moet centraal staan, nooit rechts op de pagina.

16. Stop met volzinnen te typen

Het geheim van webwriting: kernachtige formuleringen achter bullets

17. Bezint eer ge begint

Wat is het doel van je website? Wat heb je nodig om je klanten te bedienen? Hoe ga je de website maken? Hoe ziet de bestaande site er uit: wat werkt en wat niet? Een webproject bestaat uit drie fasen:
1) de architectuurfase
2) de bouwfase
3) de fase van de bijsturing en constante verbetering.

Je vraagt toch ook niet aan een aannemer: "bouw me een huis". Je zorgt eerst voor een goed plan van een architect. Pas dan kan je aan de slag. En uiteraard is een huis nooit af: je moet continu bijschaven en verbeteren.

Hoe is het met jouw website gesteld? Vinden je klanten direct alle nuttige links op je startpagina of staat je homepage vol nieuws over je eigen organisatie?

maandag 6 december 2010

Patrick Janssens op Kortom: Overheidscommunicatie is per definitie politiek

Op het verjaardagscongres van KORTOM, de Vereniging voor Overheidscommunicatie, op 29 november in Antwerpen hield Patrick Janssens, burgemeester van Antwerpen een toespraak over het belang van overheidscommunicatie. - presentaties
Tien jaar eerder, bij de oprichting van Kortom, was Janssens er ook bij. Hij heeft de gewoonte zijn toespraken voor te bereiden op basis van trefwoorden en voor de vuist weg te spreken, zonder uitgetypte tekst. Een uitgeschreven toespraak van toen had hij niet meer, maar de secretaris van Kortom heeft in de archieven van de vereniging toch nog een tekst gevonden.


Ter voorbereiding van zijn nieuwe toespraak, 10 jaar later, heeft Janssens de tekst nog eens doorgenomen. Wat blijkt? Er is niet zo veel veranderd. Zijn conclusies van toen staan vandaag nog pal overeind:

  1. Communicatie in de overheidssector is broodnodig omdat communicatie steeds essentieel is bij de uitvoering van een vernieuwend, bezielend maatschappelijk project. Daarom moet communicatie ook hoog genoeg in de hiërarchie van de organisatie of het bestuur gepositioneerd zijn.
  2. Communicatie over een nieuw project of een veranderingstraject kan nooit vroeg genoeg beginnen. Van bij de aanvang van een project, zelfs in de fase van de beleidsvoorbereiding, is communicatie vereist.
  3. Overheidscommunicatie is per definitie “politiek”. Niet in de enge zin van partijpolitiek, maar overheidscommunicatie neemt steeds een standpunt in, vertrekt vanuit een visie. Daarom is overheidscommunicatie is niet neutraal, niet onpartijdig.
Vandaag zien we dat overheidscommunicatie een steeds belangrijker plaats inneemt.
Organisaties en besturen zien het belang van goede communicatie in. Er worden dan ook meer mensen en middelen ter beschikking gesteld. Vandaag moet het niet langer gaan om nog meer middelen, maar om kwaliteit en succes: draagt communicatie bij tot de realisatie van de doelstellingen. Werden de middelen goed besteed? Was de campagne succesvol en kwaliteitsvol?


Communicatie moet geïntegreerd worden in het beleid.
De verantwoordelijkheid voor communicatie moet hoog genoeg in de hiërarchie geplaatst worden. Dit is belangrijk voor positionering van de organisatie, voor het doorvoeren van verandering. Enkel met die bevoegdheid kan communicatie wegen op het beleid. Vele organisaties en openbare besturen hebben dit begrepen. Je ziet dan ook communicatiemanagers of communicatiedirecteuren deel uit maken van het directiecomité of ze worden toegevoegd aan het kabinet van de burgemeester.

Waarom is communicatie zo belangrijk, zelfs nog voor het project van start gaat?
Janssens haalt twee voorbeelden aan. Bij de heraanleg van de Leien waren er al vergevorderde plannen en werd te laat geluisterd naar en gecommuniceerd met de bevolking. Uit die fout werd geleerd bij een nieuw project, de heraanleg van de Scheldekaaien: de bevolking werd betrokken, er werd inspraak georganiseerd, plannen werden getoond en besproken. Communicatie speelt dus een fundamentele rol bij het voorbereiden van goede beleidsbeslissingen. Communicatie moet je als organisatie zelf doen en niet overlaten aan een technische werkgroep of een extern orgaan.

Met communicatie in de voorbereidende fase van een project kan je twee dingen realiseren:

1) Je detecteert wat er leeft bij de bevolking

2) Je bent door de consultatie en de inspraak het project al aan het promoten en verkopen nog vóór het gestart is (“buy in”).

Dit is een communicatietechniek die met succes werd ingezet voor grote infrastructuurwerken. Er werd een campagne “De werf van de eeuw” gelanceerd: “we weten dat de werken gigantisch zijn, veel hinder zullen veroorzaken, maar we gaan het aanpakken, de handen uit de mouwen steken, omdat het nodig is en we gaan jullie goed informeren. En als de werken klaar zijn wordt dit het resultaat.”


Overheidscommunicatie is altijd per definitie “politiek” en moet altijd politiek zijn.
Je kan niet namens de overheid communiceren en volhouden dat je boodschap neutraal is. Janssens verwijst naar het stadsmagazine “De Antwerpenaar”. Het magazine heeft een onafhankelijke redactie, met een hoofdredacteur die uit de bladenwereld komt. Het is geen partijpolitiek instrument; namen en standpunten van schepenen of gemeenteraadsleden komen niet aan bod. Het magazine wordt uitgegeven door de stad en weerspiegelt de beleidsvisie, het project van het bestuur. Maar er zijn geen referenties naar partijen of politici.

Tot slot gaat Janssens dieper in op de campagnestrategie, de “stralende A – ’t stad is van iedereen”.

Het nieuwe bestuur maakte de analyse en vond volgende knelpunten:

  1. Er was een vrij negatief (zelf)beeld aanwezig in de hoofden van de mensen: vroeger was het beter, de stad gaat achteruit.
  2. Er was een nostalgisch gevoel aanwezig, een hunkering naar het verleden, iets onbestemd: dit was een blokkage voor verandering en vernieuwing.
  3. Er was ook de perceptie van een verdeelde stad: het centrum tegen de buitenwijken, de districten tegen het centrum, linkeroever – rechteroever, jong versus oud

Het was duidelijk dat een bezielend project nodig was, toekomstgericht, optimistisch, fris, … om de mensen terug fier op hun stad te maken. Er werd een nieuw logo gecreëerd, de stralende “A”, maar met uitdrukkelijke vermelding van het stadswapen in de campagne, als “corporate” signatuur. De slogan werd: ’t stad is van iedereen”. Dus duidelijk: van iedereen, NIET voor iedereen, om de verbondenheid tussen de mensen, wederkerigheid en verantwoordelijkheid te stimuleren.

De campagne werd niet met veel bombarie aangekondigd en gelanceerd maar quasi geruisloos geïntroduceerd. Het bewustzijn, de fierheid groeide langzaam van onderuit.

maandag 29 november 2010

Noël Slangen 10 communicatielessen geleerd van vrienden en vijanden

Noël Slangen sprak op 29 november 2010 op het verjaardagscongres van Kortom, de vereniging voor Overheidscommunicatie, de openingstoespraak.

Slangen vertrekt voor zijn toespraak van een uitdagende stelling: Van wie heb je in je leven het meest geleerd, van je vrienden of van je vijanden? Waarschijnlijk van beide. Sommige mensen zeggen: “ik heb geen vijanden”. Slangen gelooft dit niet. Als je echt geleefd hebt, heb je in de loop van je leven zeker vijanden gemaakt. Slangen zegt: ik heb geleefd! En was het niet Jezus die gezegd heeft: “bemin uw vijanden.”


Slangen vertrekt van deze stelling om zijn communicatieverhaal op te hangen aan uitspraken van 10 mensen met wie hij in de loop van zijn leven samengewerkt heeft. Aan het publiek om uit te maken wie de vrienden en de vijanden zijn, hoewel we dit niet al te zwaar moeten opnemen.



1) Eugene van Hoije (toen LVH reclamebureau)

In het communicatievak heb je elke dag een ander publiek.

Communicatie is een mooi vak. Je leert elke dag nieuwe dingen, je kan leren, nieuwe mensen ontmoeten, creatief zijn. Communicatie wordt steeds belangrijker. Communicatiemanagers komen steeds dichter bij de beslissers te staan. Communicatie voor overheden is een plicht omdat het voor burgers een recht is. Waar communicatiemedewerkers vroeger vooral uitvoerders waren, worden ze nu managers die zelfs toetreden tot het directiecomité. Dit wijst op het toenemende belang en de impact van goede communicatie. Maar het vak wordt moeilijker. Vandaag wordt alles door iedereen in vraag gesteld. Communicatie is belangrijk en veelzijdig.

2) Mieke Vandenberghe (toen directeur Federale Voorlichtingsdienst)

Vraag je af hoe de buurvrouw/buurman dit leest of bekijkt.

Overheidscommunicatoren gebruiken nog te vaak jargon, afkortingen, juridische bepalingen, technische terminologie. De communicatiemanager moet dit in vraag stellen. Uiteindelijk is alle communicatie de vervanging van een persoonlijk gesprek. Het is qua mensen en middelen niet haalbaar als overheidscommunicator om met elke burger dit persoonlijke gesprek te voeren. Daarom gebruiken we andere kanalen. Maar ga door op de inzichten, de argumenten en bekijk de boodschap vanuit het perspectief van de burger.

3) Bettie Elias (auteur van jeugdboeken – echtgenote van Noël Slangen)

Je moet durven keuzes maken.

Keuzes maken, zowel in het professionele als persoonlijke leven is essentieel. Toch gebeurt het te weinig. Jack Welsh, CEO van General Electric zei: “Leiding geven is zeer eenvoudig. Je stelt een duidelijk doel, je legt de lat hoog genoeg, je werkt zeer hard om dat doel te bereiken.” Je moet altijd weten waar je mee bezig bent. In communicatie wordt vaak ingezet op het middel en niet op het doel. Iemand heeft een leuk idee, het is budgettair haalbaar en er wordt gestart. Maar zal de uitwerking van dit idee wel bijdragen tot het realiseren van de doelstelling? Vaak niet, omdat het niet afgeleid is van de businessdoelstellingen en de strategie.

Je moet ook op persoonlijk vlak keuzes durven maken, moedig zijn. Je moet een focus hebben: wat wil je bereiken? Waar wil je naartoe? Vertrek vanuit je droom, het hogere doel, niet vanuit je huidige situatie, van wat je momenteel doet.

4) Guillaume Van der Stighelen (beste reclamemaker van België)

Goede reclame creëert een saga.

Weg met de dictatuur van de brievenbus. Communicatoren gaan er nog te vaak van uit: gedropt in de brievenbus = iedereen bereikt. Onderzoek heeft uitgewezen dat je niet iedereen bereikt via de brievenbus.

Je moet kijken naar de context: de boodschap is belangrijk, maar ook de boodschapper en de toon van de boodschap. Als je één van die drie elementen wijzigt, krijg je een gans andere situatie. Dezelfde boodschap uitgesproken door Obama of door de paus zal telkens anders geïnterpreteerd worden. Je moet een duidelijk profiel hebben (waarden, normen, toon, stijl), je moet verhalen vertellen, gevoelens opwekken. Over een goede maaltijd met vrienden kan je zeggen wat er effectief op je bord lag, maar meestal zeg je: het was plezant, we hebben ons goed geamuseerd, het was lekker. Je moet dus campagnes maken die herkenbaar zijn, die blijven plakken. Je moet je eigen beeldtaal creëren. Vandaag is de realiteit dat er minder middelen zijn. Je zal dus kezues moeten maken. Je kan niet met minder budget en minder mensen evenveel blijven doen. Kiezen!

5) Herman Van Rompuy (toen studiedienst CVP)

Alles begint bij de inhoud.

Het ging er toen om de ideologie vertalen in modellen en acties. Niet communiceren om te communiceren. Altijd vertrekken vanuit een doel.

We werken te vaak “steekvlam” georiënteerd. Je hebt verschillende soorten berichten of informatie: permanente, nieuwe, specifieke. We hebben de neiging vooral te communiceren over het nieuwe of het specifieke. Slangen haalt het voorbeeld aan over pensioenen. Je vindt gemakkelijker informatie over de nieuwe pensioenregeling van grensarbeiders dan algemene informatie voor mensen die met pensioen gaan. Zo kwam de site van de Federale Pensioendienst niet voor in de eerste tien pagina’ s met zoekresultaten. Op de vraag “Blankenberge – hoe vraag ik mijn pensioen aan?” kwam dan promt alle paktische info. Dit voorbeeld toont ook aan dat gemeenten, die dicht bij de burgers staan en met directe, praktische vragen geconfronteerd worden zich daar ook op organiseren en de mensen helpen.

6) Guy Verhofstadt (toen eerste minister van België)

Passie is de beste doping.

Gepassioneerd bezig zijn is essentieel. Passie is inherent aan communicatie. Als je cynisch wordt, kan je wel nog het eerstvolgende jaarverslag maken, maar je denkt niet meer aan je doelgroep, je communiceert niet meer. Vertrek vanuit respect, toon empatisch vermogen. Geen enkele vraag van klanten is dom of vraagt (te) veel werk. Doe wat noodzakelijk is.

7) Francis Decoster (toen informatieambtenaar van de Vlaamse regering)

Zorg dat alle neuzen in dezelfde richting staan.

Stakeholdermanagement (of belanghebbendenmanagement) is belangrijk maar moeilijk. Vandaag heeft een organisatie honderden stakeholders (buurtverenigingen, academici, pers, verenigingen, politici, …). Het gaat om dialoog en participatie. Het heeft een grote impact op succes of falen.

8) Josephine Overeem (toen hoofdredacteur CV-Nieuws)

Maak een onderscheid tussen jouw waarneming en die van het publiek.

Soms zeggen we: “Ik zou een vlieg willen zijn.” Sociale media bieden ons die kans. Ze zijn essentieel, ze maken zichtbaar wat vroeger onzichtbaar was, maar wel bestond. Sociale media maakt standpuntontwikkeling zichtbaar op grote schaal. Je hebt de keuze tussen wel luisteren, minder luisteren of niet luisteren. Je moet sociale media integreren in een globaal proces. Doe het zelf, probeer het, ontdek het.

9) Dirk Draulans (Knack)

If you feed them peanuts, you get monkeys.

Werk met professionele adviseurs en bureaus. Met hen start je een gemeenschappelijk proces op van uitwisseling van ideeën en kennis. Alle communicatieopdrachten uitbesteden is niet goed, alles zelf doen is ook niet goed. Best is een wisselwerking met externen om nieuwe ideeën en ervaring op te doen.

10) De les van alle aanwezigen

Communicatie kan het verschil maken.

Communicatiemensen zijn bevoorrecht. We hebben een niet te onderschatten taak: we houden beslissers de spiegel van de samenleving voor; we zorgen voor de blik van buiten naar binnen. Mensen stellen zich vragen. Wij moeten voor de vertaalslag zorgen, detecteren wat leeft bij de bevolking. Communicatiemanagers zijn makelaars van begrip tussen bevolking en beslissers.


Tot slot geeft Slangen 4 trends voor de toekomst mee

1. De grenzen tussen IT en communicatie vervagen

Het is noodzakelijk voor communicatiemanagers om inzicht te verwerven in techniek, weten wat technisch mogelijk is. Het is moeilijk werken met de IT-afdeling. Ze hebben een grote infrastructuur gebouwd, die niet altijd aangepast is aan nieuwe communicatievormen en –technieken, waar we soms heel specifiek of fijnmazig moeten werken.

2. Verschillende overheden zijn vaak in dezelfde domeinen bezig

Communicatiemanagers moeten het initiatief nemen om over de grenzen van organisaties heen samen te werken en afspraken te maken. Bepaalde thema’ s worden soms door drie, vier organisaties op verschillende niveaus aangepakt, terwijl andere, belangrijke thema’ s niet aangeraakt worden.

3. Steeds minder middelen voor meer communicatie

Communicatie is een gemakkelijk slachtoffer als bespaard moet worden. De laatste jaren hebben beslissers gemakkelijk de communicatiebevoegdheid overgelaten aan communicatieprofessionals. Daardoor zijn ze de interesse in communicatie wat verloren. Communicatiemanagers moeten decision makers terug bij de les halen en overtuigen van het belang van communicatie.

4. Communicatieverantwoordelijken worden communicatiemanagers

Communicatie is meer dan informatie verstrekken. We moeten naar interactie streven, processen verbinden, mensen laten participeren en met mekaar verbinden.


Communicatie is het vermogen om dingen te veranderen. Denk elke dag: we kunnen vandaag het verschil maken.

donderdag 25 november 2010

ambtenaar 2.0 bent u al mee in de genetwerkte samenleving?

Op 25 november werd in Grimbergen onder de noemer ambtenaar 2.0 bent u al mee in de genetwerkte samenleving een studiedag georganiseerd. Sprekers waren ondermeer Jo Steyaert van Indigov en Tom van den bergh en Dieter Van Esch van RCA

Jo Steyaert had het in zijn presentatie over trends in online overheidscommunicatie en sociale media. Ik heb twee dingen meegenomen uit Jo' s verhaal:

1) Overheidsdiensten moeten hun databanken ontsluiten, webservices maken zodat een burger zijn persoonlijke startpagina kan inrichten met ondermeer de voor hem meest relevante webapplicaties van de overheid. Als de overheid haar databanken openstelt zullen zowel bedrijven als gemotiveerde burgers met die data aan de slag gaan en daarvoor relevante applicaties ontwikkelen.

2) ambtenaren hebben de mond vol van sociale media, maar hebben - zo blijkt uit onderzoek - weinig vertrouwen in het internet en de communicatie via sociale media. Sommigen gebruiken sociale media voor privédoeleinden maar doen onvoldoende om dit in hun werksituatie toe te passen. Er is nog een lange weg te gaan voor overheidscommunicatoren.

Overheidsdiensten moeten hun databanken ontsluiten

De overheid beschikt over een schat aan data. Sommige gegevens worden ingezameld voor specifieke doeleinden en mogen niet vrij gegeven worden om wettelijke redenen of privacy redenen. Maar er zijn ook heel wat "onschuldige" data die ontsloten zouden moeten worden. Ongetwijfeld maken webfirma's of schrandere individuen hiervoor zinvolle applicaties voor gebruikers, met een duidelijke meerwaarde. Maar overheidsagentschappen en -departementen zitten op hun data "als een kip op haar gouden eieren". Een gemiste kans.

Ambtenaren moeten dringend aan de slag met sociale media

Er zijn al goede initiatieven, zowel in Nederland - ambtenaar 2.0 - als in Vlaanderen: open overheid nu. Maar er kan nog veel meer gebeuren. Een eerste logische stap: probeer zelf, ga op onderzoek uit, maak een account, leer en observeer. Eens je sociale media hebt leren kennen en de nieuwe communicatietechnieken onder de knie hebt, kan je onderzoeken welke sociale media het waard zijn om voor de organisatie te volgen en te gebruiken. Het management staat hier ongetwijfeld zeer sceptisch tegenover: Waarvoor dient het ? Wat is de meerwaarde? Wat kost het? Welke zijn de risico' s? Het heeft weinig zin om als een "evangelist" binnen de organisatie de goede boodschap te gaan verkondigen. Beter kan je concrete zaken uitwerken, bijv. een rapportje maken met relevante artikels over de organisatie uit blogs, twitter, facebook, ... in geval van een crisis of een speciale actie (sociale media monitoren). Of je werkt aan een social media policy voor je organisatie. In elk geval heb je een plan nodig. Als je organisatie start met sociale media moet je dit ernstig aanpakken, plannen, volhouden en opvolgen. Het is duidelijk dat hier mensen en middelen voor nodig zijn. De juiste mensen kunnen sociale media wel gericht inzetten in de strategische communicatie van de organisatie.


De presentatie van Tom van den bergh en Dieter Van Esch van de RCA Group was opgebouwd rond drie begrippen: hardware, software, mindware.

Er zijn 6 essentiële voorwaarden om met sociale media te starten in een bedrijf of organisatie en om sociale media in te zetten in je mediamix:
1) zelfkennis - ken je eigen organisatie, ken je eigen werksituatie: is het haalbaar?
2) zet de gebruiker centraal: de communicatie via sociale media moet een meerwaarde inhouden voor de gebruiker
3) content - Je hebt een contentplan en een contentmanager nodig: welke inhoud ga je wanneer publiceren? Wie gaat reageren? Wie gaat discussies modereren?
4) tijd en middelen - communiceren via sociale media is geen 9 to 5 job; er zal ook 's avonds en in het weekend eens ingelogd moeten worden
5) engagement - zowel van het management als van de medewerkers
6) expertise

Sociale media hebben 2 belangrijke kenmerken:
1) openheid
2) interactief

Met sociale media kan je 4 doelstellingen realiseren:
1) informeren
2) betrekken
3) functionaliteit
4) verbinden

Sociale media komen niet in de plaats van de klassieke media. De beste campagnes zijn geïntegreerde campagnes waarbij zowel printmedia, digitale media als sociale media worden ingezet.

vrijdag 12 november 2010

Studenten willen Facebook en Twitter in de aula

Docenten moeten dringend gebruik maken van Twitter en Facebook. "Het is dé manier om studenten bij de les te betrekken," zegt Tom Demeyer van de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) . De VVS roept hogescholen en universiteiten op om sociale media te integreren in hun lessen. Zo hoopt ze de actieve interactie tussen docenten en studenten te verhogen.", lezen we in De Standaard van 10 november.

Les geven aan grote groepen: vandaag weinig interactie

Een kenmerk van colleges met grote groepen is dat de communicatie zendergestuurd verloopt: de docent vertelt, legt uit, toont aan - al dan niet met behulp van een presentatie, video, afbeeldingen; studenten luisteren, noteren. Dit is allemaal vrij passief. Het is niet evident in dergelijke omstandigheden interactie te organiseren. De docente kan toelaten dat studenten haar onderbreken om een vraag te stellen of een verduidelijking te vragen. De docente kan ook voorstellen om de vragen bij te houden tot het einde van het college.

Kan Twitter iets veranderen aan een college?

Ik zie niet direct een voordeel om tijdens het collega op een groot scherm of een twitterwall een constante stroom tweets de revue te laten passeren. De verleiding is dan te groot voor studenten om een stroom nonsens te tweeten. Wie berichten maakt of leest op het scherm is trouwens niet aan het luisteren en mist cruciale informatie.

Twitter in de aula gebruiken om de les van de docent een andere richting uit te sturen lijkt me evenmin evident, maar het zou kunnen. De docente zou om het kwartier een kijkje op haar laptop kunnen nemen en de ingezonden tweets doornemen. Aan haar de beslissing om hiermee al dan niet iets te doen. Het is wel een interessante feedbackmogelijkheid voor de docente. Studenten kunnen bij bepaalde passages, schema' s of voorbeelden aangeven of dit overkomt of niet. Alles wordt gelogd. De docente kan achteraf de tweets lezen en in een volgend college nog eens terugkomen op bepaalde thema' s, andere voorbeelden aanreiken, haar cursus verbeteren of nieuwe oefeningen opgeven.

Twitter en Facebook buiten het college

De docente kan zelf ook Twitter gebruiken om na de les berichten met links naar interessante boeken of relevante artikels, blogs of websites te tweeten. Studenten die de docente volgen op Twitter kunnen de tweets bewaren bij hun favorieten, retweeten of een reactie geven. Ze kunnen de docente ook een direct message sturen.

De docente kan de informatie ook delen op een Facebookpagina over de cursus; studenten kunnen zich aanmelden, reacties geven, vragen stellen, informatie delen.

Michaël Opgenhaffen, docent journalistiek aan de Antwerpse Lessius Hogeschool verplicht zijn studenten om een twitteraccount te openen: "Ik vind het logisch dat studenten kunnen werken met Twitter. Wie nu 22 is en op de arbeidsmarkt komt, kan er toch niet meer omheen?" zegt hij in De Morgen van 10 november 2010.

Een groot pluspunt van sociale media: informatie opslaan en delen

Wat is altijd al een heikel punt geweest onder studenten? "Ik kon het college niet bijwonen, mag ik je nota' s lenen?" Wanneer studenten in het college info digitaal mogen opslaan, dan is het ook mogelijk om die informatie snel te delen. Gedaan met kopieën maken. Waarom maken studenten geen wiki van een bepaalde cursus? Terwijl ze informatie verwerken op de wiki leren ze bij; ze helpen en verbeteren mekaar. Is dat geen mooi vooruitzicht van samenwerking in een sterk concurrentiële omgeving?

Spelregels zijn nodig

Bij het begin van het academiejaar maakt de docent de nodige afspraken met de studenten. Er is ook organisatie en beheer nodig: laptops, toegang tot internet, accounts en rechten. Studenten groeperen zich en nemen verantwoordelijkheid. Docent en studenten spreken een beknopte set spelregels af. Net zoals in de bedrijfswereld bestaat het gevaar dat universiteiten en hogescholen sociale media als Twitter en Facebook restrictief gaan benaderen of willen controleren. Dat zal niet werken. De kracht van die nieuwe media is net dat mensen met gemeenschappelijke belangen en interesses zich spontaan gaan organiseren. Wel belangrijk is dat jonge mensen en vooral studenten opgeleid worden om op een goede manier met sociale media om te gaan: opleiding, training, begeleiding zijn onontbeerlijk. Het kan ook een idee zijn om bijvoorbeeld per faculteit een "social media manager" aan te duiden die fungeert als contactpersoon voor zowel docenten als studenten. Het is duidelijk dat het onderwijs zal moeten investeren in sociale media. Het kost tijd, mensen en middelen maar het is nodig om nu te starten willen ze de trein niet missen.

Sociale media in strijd met bestaande platformen?

Er zijn bezwaren op te werpen om sociale media niet in te voeren aan universiteiten, maar denk eens aan alle mogelijkheden en wat dit zou veranderen. Universiteiten bieden nu al platformen op internet aan hun studenten aan. Zo werkt de Universiteit Gent met Zephyr, een open digitaal leerplatform. Die platformen, die door de universiteit zelf beheerd worden, hoeven niet in strijd te zijn met het effectieve gebruik van sociale media door docenten en studenten. In tegendeel, ze kunnen mekaar aanvullen en versterken.

Wie heeft goede voorbeelden van landen en onderwijssystemen waar dit wel al wordt toegepast? Welke resultaten en conclusies zijn er?

update 1 oktober 2013:

zondag 31 oktober 2010

gratis 4: non-monetaire markten - Free - Chris Anderson

Wat is gratis: alles wat mensen willen weggeven zonder dat ze een betaling verwachten

Gratis voor wie: iedereen




Volgens Chris Anderson (Free) kan deze vorm van 'gratis' allerlei vormen aannemen: "gift-economie", uitwisseling door arbeid, piraterij

de gift-economie

Geld is niet altijd de enige motivator. Dat zien we bijvoorbeeld in het geval van de twaalf miljoen gratis artikelen op Wikipedia tot de twee miljoen gratis tweedehands goederen die via Freecycle worden aangeboden. Altruïsme heeft altijd bestaan, maar op het web heeft het een podium waar acties van individuen soms wereldwijd invloed hebben. In zekere zin heeft de gratis verspreiding van sharing een bedrijfstak gemaakt. "Vanuit het perspectief van de monetaire economie ziet het er allemaal gratis uit - en kan daardoor op oneerlijke concurrentie lijken - maar dat zegt meer over de kortzichtige manieren waarop financiële waarde wordt gemeten dan over de waarde die delen oplevert.", zegt Anderson.

De prikkels om dingen te delen kunnen variëren van reputatie en aandacht tot minder gemakkelijk te meten factoren als expressie, plezier, voldoening en soms gewoon eigenbelang (als je gratis oude meubels wegschenkt aan de kringloopwinkel komen ze die halen en bespaar je je een rit naar het containerpark).
Soms geven mensen onbewust of passief. Je geeft Google informatie als je een openbare website hebt, of dat nu je bedoeling is of niet; of je recycleert papier of blikjes en verpakkingen (= je geeft ze gratis weg) die via gescheiden afvalophaling toch nog een waarde hebben en hergebruikt worden.

uitwisseling van arbeid

Iedere keer dat je iets opzoekt op Google, help je het bedrijf de algoritmes te verbeteren zodat het meer advereerders aantrekt. Iedere keer dat je een gratis dienst gebruikt, schep je iets van waarde, of het nu gaat om verbetering van de dienst zelf of het creëren van informatie die ergens anders van pas kan komen. Onbewust ruil je je arbeid in voor iets gratis.

piraterij

Het beste voorbeeld hiervan is onlinemuziek. Tussen digitale reproductie en de verspreiding onder vrienden hebben de werkelijke distributiekosten van muziek echt het laagste punt bereikt. Dit is een voorbeeld van hoe een product gratis kan worden uit pure economische noodzaak, ongeacht het bedrijfsmodel. Deze economische kracht werkt zo sterk dat wetten, copyrightbescherming, inwerken op het geweten van consumenten en iedere barrière tegen piraterij die platenmaatschappijen kunnen verzinnen, hebben gefaald.
Sommige artiesten geven hun muziek op internet weg als promotie voor hun concerten, merchandise, licenties en andere zaken waarvoor dan wel betaald wordt. Maar andere muzikanten hebben gewoon geaccepteerd dat ze zelf geen geld verdienen met hun muziek. Ze maken muziek om andere redenen, voor hun plezier of om zich creatief te uiten. En dat gold natuurlijk altijd al voor de meeste musici.

gratis 3: Freemium - Free Chris Anderson

Wat is gratis: alles waar een betaalde versie tegenover staat

gratis voor wie: gewone gebruikers

De term 'Freemium' werd uitgevonden door de investeerder Fred Wilson. De term verwijst naar een van de meest voorkomende bedrijfsmodellen op het web. Freemiums kunnen allerlei vormen aannemen. Een bekend voorbeeld is de 'professionele versie' van een site of een software die meer mogelijkheden biedt dan de gratis versie.



Freemium is gebaseerd op het model van de gratis proefmonsters, maar met een significant verschil. Het traditionele gratis proefmonster is een reep chocolade die ter promotie wordt uitgereikt of een gratis pak luiers dat aan jonge moeders wordt bezorgd. Omdat deze monsters concrete kosten met zich meebrengen geeft de fabrikant maar een kleine hoeveelheid weg. Zo hoopt hij consumenten te strikken en de vraag naar zijn product te stimuleren.

Maar bij digitale producten is de verhouding tussen gratis en betaald andersom. Een gemiddelde website volgt de vijf-procent regel: vijf procent van de gebruikers ondersteunt alle andere gebruikers. In het freemium-model betekent dit dat voor iedere gebruiker die voor de professionele versie betaalt negentien anderen de gratis basisversie krijgen. De reden dat dit werkt is dat de kosten die deze negentien 'veroorzaken' zo dicht bij nul liggen dat ze te verwaarlozen zijn.

Voorbeelden van gratis 3: Freemium: enkele gebruikers ondersteunen de rest
  • Geef basisinformatie weg, verkoop meer uitgebreide informatie in gebruiksvriendelijke vorm
  • Geef inhoud op het web gratis weg, verkoop gedrukte inhoud (alles van tijdschriften tot boeken)
  • Geef demonstratiesoftware weg, laat de volledige versie betalen (videogames, waarin je de eerste levels gratis kunt spelen om te kijken of het wat voor je is)
  • Geef diensten voor het delen van foto' s weg, laat betalen voor extra opslagruimte (Flickr)
  • Geef een hoofdstuk weg, verkoop het boek (uitgevers die gebruik maken van Google Book Search)

gratis 2: de drie-partijenmarkt - Free Chris Anderson

Wat is gratis: inhoud, diensten, software

Gratis voor wie: iedereen

"Het meest voorkomende economisch model rond het concept gratis is het drie-partijensysteem" zegt Chris Anderson in zijn boek 'Free'. Hierin speelt een derde partij een rol in een markt die is gecreëerd door een gratis uitwisseling tussen de eerste twee partijen.

We zien dit systeem elke dag in de realiteit. Het is de basis van het economisch model van vrijwel alle media.



In het traditionele mediamodel levert een uitgever een gratis (of bijna gratis) product aan consumenten, terwijl adverteerders betalen om mee te mogen doen. Ook radio en televisie zijn 'gratis' te beluisteren en te bekijken. Kranten- en tijdschriftenuitgevers rekenen hun lezers niet de werkelijke kosten aan van het maken, drukken en distribueren van hun producten. Ze verkopen geen kranten en tijdschriften aan lezers, ze verkopen lezers aan adverteerders.

Het web houdt een uitbreiding in van het media-bedrijfsmodel naar andere bedrijfstakken. Het gaat om meer dan het eenvoudige principe dat advertenties alles moeten betalen. Mediabedrijven verdienen op tientallen manieren geld met gratis inhoud, van het verkopen van informatie over consumenten tot het in licentie geven van merknamen, het aanbieden van lidmaatschappen met toegevoegde waarde en directe e-commerce. Er is een compleet systeem van webondernemingen in ontwikkeling rond dezelfde reeks modellen.

Economen noemen dergelijke modellen 'tweezijdige markten' want er zijn twee afzonderlijke gebruikersgroepen die elkaar synergetisch steunen: adverteerders betalen ervoor dat media de consument bereiken. Deze steunt op zijn beurt de adverteerders. De consument betaalt uiteindelijk, maar doet dat alleen indirect, door voor producten een hogere prijs te betalen, een verhoging die wordt veroorzaakt door de marketingkosten. Dit geldt ook voor andere markten dan de media, bijv. creditcards. Een gratis kaart betekent dat de consument meer bij winkels uitgeeft en dat de banken meer vergoedingen krijgen. Een ander voorbeeld zijn de besturingssysteemtools die softwareontwikkelaars gratis ter beschikking krijgen; door hun ontwikkelingen trekken ze meer consumenten naar het platform. In alle gevallen worden de kosten gespreid en/of blijven ze onzichtbaar genoeg om de consumenten het gevoel te geven dat de goederen waar het om gaat 'gratis' zijn.

Voorbeelden van gratis 2: drie-partijenmarkt of tweezijdige markt: de ene gebruikersgroep ondersteunt een andere
  • Geef de inhoud weg, verkoop de toegang tot het publiek (door advertenties ondersteunde media)
  • Geef creditcards weg zonder lidmaatschapkosten, bereken een transactietarief aan handelaren
  • Geef (wetenschappelijke) artikels weg, laat de auteurs betalen voor de publicatie ervan.
  • Geef document readers weg, verkoop document writers (Adobe)
  • Geef vrouwen gratis toegang, laat mannen betalen (disco)
  • Geef kinderen gratis toegang, laat volwassenen betalen (musea)

zaterdag 23 oktober 2010

eerste open koffie van openoverheidnu Jan Seurinck

Op 26 oktober 2010 organiseerde openoverheidnu, een socialemediaproject van de Vlaamse overheid, een eerste bijeenkomst voor ambtenaren die begaan zijn met sociale media onder de noemer open koffie.

Het initiatief is gestoeld op het goede voorbeeld van ambtenaar 2.0 in Nederland.

Voor deze eerste open koffie werd prominent blogger en twitteraar Jan Seurinck gevraagd zijn ervaringen en inzichten over bloggen, Facebook, Twitter, LinkedIn te delen met een groep van communicatieverantwoordelijken van de Vlaamse overheid die starten met sociale media.

De presentatie van Jan kan je bekijken op zijn blog geschreven om te lezen - schrijfsels van een communicatiegeek.

Hierna geef ik enkele rake uitspraken van Jan mee, ideeën om over na te denken.

  • Als je als individu of als organisatie beslist om te starten met sociale media, ga er dan voor!
  • Is je organisatie klaar voor sociale media?
  • Ga niet te snel. Sociale media is een werk van lange adem. Belangrijk is dat lezers terugkeren naar je blog of facebookpagina en dat je organisch groeit en een community opbouwt.
  • Het gaat over conversatie, over dialoog met mensen, over interactie.
  • de 99-regel: 1 schrijver die 9 personen bereikt of beïnvloedt, waarnaar 90 andere mensen luisteren. De kunst bestaat er in die 9 'opinion leaders' te betrekken en te behouden want zij zorgen voor de verdere verspreiding van je verhaal.
  • Focus! Beperk je tot enkele sleutelwoorden/thema' s waarrond je werkt en je profileert. Je kan niet sterk zijn in alle onderwerpen op alle platformen.
  • Laat potentiële lezers zich niet registreren. Elke drempel of tussenstap is er één te veel. Mensen haken snel af.
  • You are out of control. Get over it.
  • Het gaat niet over techniek maar over inhoud. Marshall McLuhan: "The content of a new medium is the old medium". Bega niet de fout de inhoud van je folder of brochure klakkeloos over te nemen in de nieuwe media in andere formats. Zo werkt het niet.
  • Read first, write next. Wat schrijven (vooraanstaande) opiniemakers in de nieuwe media over jouw onderwerp? Eerst veel lezen. Ga ook in interactie op andere fora. Je hoeft niet alles zelf te willen brengen op je eigen site of blog.
  • Het gaat niet om een zo groot mogelijk aantal fans of volgers. Het gaat om het opbouwen van een duurzame relatie met mensen die er toe doen.
  • Start nu! Waar wacht je nog op?

vrijdag 15 oktober 2010

gratis 1: directe kruissubsidies (Free - Chris Anderson)

In een eerder bericht gaf ik aan wat Chris Anderson verstaat onder kruissubsidies. Hier volgt zijn definitie van gratis 1: directe kruissubsidies.

Wat is gratis: elk product dat met zich meebrengt dat je voor iets anders betaalt.

Gratis voor wie: iedereen die bereid is om uiteindelijk op een of andere manier te betalen.


Wanneer een warenhuis één DVD te koop aanbiedt en er een weggeeft, is dat een prijsstunt. Het warenhuis biedt de DVD onder de kostprijs aan om je naar de winkel te lokken, in de hoop dat je een wasmachine koopt of een winkelmandje vollaadt met winstgevende andere producten.

De leverancier van je mobiele telefoon maakt misschien geen winst op je maandelijkse belminuten, maar de voicemailservice is pure winst voor hem.

Bedrijven kijken naar een portfolio aan producten en hangen aan sommige een prijskaartje van nul (of bijna nul) om andere, bijzonder winstgevende producten aantrekkelijker te maken.

kruissubsidies - Free - Chris Anderson

In een eerder blogbericht verwees ik naar het boek "Free" van Chris Anderson en had ik het over de verschillende vormen van gratis die Anderson onderscheidt.

In dit bericht gaan we dieper in op een bijzondere vorm van "gratis": kruissubsidies.

Op de een of andere manier moet overal voor worden betaald, is het niet rechtstreeks door jezelf dan wel door iemand anders die belang heeft bij het product in kwestie.

Soms betalen mensen indirect voor producten.

De gratis krant 's morgens in de trein wordt gefinancierd door advertenties, die deel uitmaken van het marketingbudget van de adverteerders. Dat budget is opgenomen in de winstmarge, waarvoor jij en andere mensen betalen in de vorm van duurdere goederen.
Je betaalt ook met een beetje van je tijd en - omdat je wordt gezien terwijl je de krant leest - met je reputatie.

De gratis parkeerplaats bij de supermarkt zit verrekend in de prijs van de producten en de gratis proefmonsters worden "gesubsidieerd" door degenen die betalen voor de betalende versies.


In de gift economy zijn de kruissubsidies subtieler.

Blogs zijn gratis en bevatten gewoonlijk geen advertenties, maar dat betekent niet dat er iedere keer dat je de blog bezoekt geen waarde wordt uitgewisseld. In ruil voor gratis inhoud verbeter je de reputatie van een blogster wanneer je die aandacht schenkt, of je dat nu doet met een bezoek of via een link. Ze kan haar reputatie gebruiken om een betere baan te vinden, haar netwerk uit te breiden of meer lezers aan te trekken.

Kruissubsidies werken op verschillende manieren.

1) betaalde producten die gratis producten subsidiëren.

Een product wordt helemaal weggegeven: een 'gratis cadeau in het pak' of gewoon een gratis proefmonster.

2) later betalen, nu subsidiëren

Een klassiek voorbeeld van een subsidie in de tijd is de gratis mobiele telefoon bij een tweejarig abonnement. In dit geval subsidieert je toekomstige zelf je huidige zelf. Zo' n bedrijf hoopt erop dat je niet stilstaat bij de kosten die je elk jaar voor de telefoondienst moet betalen, maar dat je onder de indruk bent van de gratis telefoon die je vandaag krijgt.

3) betalende mensen subsidiëren mensen die hetzelfde gratis krijgen.

Marktsegmentering in groepen op basis van hun bereidheid of vermogen tot betalen. Met het concept gratis wordt dit tot in het extreme doorgevoerd en uitgebreid naar een hele klasse van consumenten die het product of de dienst gratis krijgt. Dit gebeurt in de hoop dat de consumenten die iets krijgen betalende consumenten aantrekken of meenemen, of dat een deel van de consumenten die niet betalen, betalende klanten worden.

Voorbeelden:
Mannen betalen voor toegang tot de disco, vrouwen mogen gratis binnen.
Kinderen onder tien jaar gratis toegang, op voorwaarde dat ze vergezeld zijn van een (betalende) volwassene.

In de wereld van kruissubsidies vallen gratis-modellen grofweg onder vier hoofdcategorieën:
1) directe kruissubsidies
2) de drie partijenmarkt
3) Freemium
4) non-monetaire markten

verschillende soorten gratis in commerciële zin - Free - Chris Anderson

Chris Anderson legt in zijn boek "Free" de verschillende betekenissen uit van het begrip gratis. Die verschillende betekenissen corresponderen volgens hem met evenveel bedrijfsmodellen.

1) Soms is gratis niet echt gratis

  • 'Koop er een en u krijgt er een gratis' betekent gewoon dat je 50 procent korting krijgt als je er twee koopt.
  • 'Gratis verrassing in de doos' betekent dat de kosten van het geschenk in de totale kostprijs van het product zijn verwerkt.
  • 'Geen verzendkosten' betekent meestal dat de verzendkosten al verrekend zijn in de verkoopprijs.

2) Natuurlijk is gratis wel degelijk gratis, maar dat is niet echt een nieuw economisch model.

  • Een 'gratis proefmonster' is eenvoudige marketing met de bedoeling om een product op de markt te brengen en tegelijk een kleine morele verplichting te scheppen bij de consument om het voorwerp later voor de volledige prijs te kopen.
  • 'Gratis uitproberen' mag dan niets kosten, dat geldt maar voor een beperkte tijd; soms is het lastig om later de betalende versie af te wijzen.
  • 'Gratis lucht' bij een tankstation is in economische termen een "complementair goed": een gratis product (zelf je banden oppompen) om de belangstelling voor een betaald product te wekken (al het overige, van een pakje kauwgom of een tijdschrift tot de benzine zelf natuurlijk).

3) vrije inhoud die door advertenties wordt betaald

Dit is een bedrijfsmodel van meer dan een eeuw oud: een derde partij (de adverteerder) betaalt voor een tweede partij (de consument) zodat deze de inhoud gratis kan krijgen. Dit is de wereld van reclame in de media, van gratis radio- en tv-uitzendingen tot het meeste wat je op het web vindt.

4) gratis is soms echt gratis en vertegenwoordigt dan een nieuw economisch model

Meestal is deze vorm van gratis online te vinden, waar de digitale economie, die vrijwel geen marginale kosten kent, heer en meester is.
  • Flickr, een dienst voor uitwisseling van foto' s, is voor de meeste gebruikers gratis; het bedrijf maakt zelfs geen gebruik van advertenties.
  • Google: het meeste van Google is gratis; gmail, books, docs, ...
  • Wikipedia en blogs zijn gebaseerd op de "gift economy", gebaseerd op niet-monetaire prikkels als reputatie, aandacht, expressie ...
Alle vier de vormen van gratis komen neer op variaties van hetzelfde: het schuiven met geld, van product naar product, van persoon naar persoon, tussen nu en later, of naar niet-monetaire markten en weer terug. Economen noemen dit kruissubsidies.

dinsdag 12 oktober 2010

Hoe het nieuwe gratis de markt radicaal verandert - Free Chris Anderson

Free - Chris Anderson

In deze post geef ik een intro op het boek 'Free' van Chris Anderson, hoofdredacteur van het tijdschrift Wired en auteur van een ander baanbrekend werk, The Long Tail.

vier modellen van gratis

In volgende posts behandel ik afzonderlijk de vier modellen van gratis:
  1. gratis 1: directe kruissubsidies
  2. gratis 2: de drie partijenmarkt
  3. gratis 3: freemium
  4. gratis 4: non-monetaire markten
de paradox van gratis = de centrale vraag van "Free"

Je kan met Blogger van Google een gratis blog maken, g-mail gebruiken of google docs. Daar hoef je niet voor te betalen. Nochtans is Google een winstgevend bedrijf. Je kan foto' s opladen en delen met je vrienden; je kan "gratis" naar muziek luisteren of video' s bekijken op YouTube. Je kan gratis twitteren.
Mensen en bedrijven verdienen geld zonder anderen iets te laten betalen. Is gratis dan echt gratis, zitten er m.a.w. geen addertjes onder het gras?

gratis van de 20° eeuw is niet hetzelfde als gratis in de 21° eeuw

Gratis is niet nieuw, het verandert wel. Dat gebeurt op zulke manieren dat we gedwongen zijn om bepaalde basistheorieën over menselijk gedrag en economische prikkels te herzien.
Wie begrijpt hoe het nieuwe gratis werkt, zal de markt van morgen beheersen en de markt van vandaag ontwrichten. "Free" handelt over die ondernemers en wat ze ons leren. Het gaat over verleden en toekomst van een radicale prijs.

In de 20° eeuw werd een zeer effectieve marketingtruc uitgevonden en toegepast: het ene product weggeven om vraag naar een ander product te creëren.

Het gratis van de 21° eeuw is een totaal nieuw economisch model. Die nieuwe vorm van gratis is gebaseerd op de economie van bits, niet van atomen. Het digitale tijdperk heeft een unieke eigenschap: iets wat eenmaal software wordt, wordt onvermijdelijk gratis, in ieder geval wat de kosten betreft en vaak ook de prijs. Gratis in de bitseconomie kan écht gratis zijn; geld komt in het verhaal vaak helemaal niet voor.

nieuwe bedrijfsmodellen

De interessantste hedendaagse bedrijfsmodellen beschrijven manieren om geld te verdienen rond gratis. Vroeg of laat zullen alle bedrijven moeten uitvinden hoe ze gebruik kunnen maken van gratis of daarmee kunnen concurreren.

In welke economie is jouw bedrijf actief: die van de atomen of die van de bits? Ondervind je al concurrentie? Ooit gedacht dat een papieren encyclopedie zou ophouden te bestaan en vervangen worden door een gigantische, vrij doorzoekbare, steeds actueel gehouden, gratis online versie, wikipedia?

zaterdag 9 oktober 2010

Ben jij een community manager? Een nieuw beroep in de communicatiesector

Wat doet een community manager?

Luitseren naar wat mensen over je merk of je bedrijf zeggen, op zoek gaan naar de plaatsen op internet waar mensen over je dienst, je product of je bedrijf spreken: dat is het werk van de community manager.

Internet en sociale media veranderen alles

Mensen gebruiken sociale media om hun ervaringen met elkaar te delen, informatie en tips uit te wisselen, zich te organiseren. Steeds vaker worden sociale media door consumenten gebruikt om hun grieven te uiten over een dienst of product. Als modern bedrijf moet je daar op inspelen. Dit is geen vrijblijvende taak.

Het is bijna een voltijdse taak van een community manager om te luisteren en te detecteren wat er leeft in "communities". Als er kritiek wordt gespuid is het uiteraard belangrijk de kritiek erstig te nemen en binnen het bedrijf te onderzoeken welke oplossingen kunnen geboden worden en hoe de dienstverlening anders kan georganiseerd worden of de kwaliteit van het product verbeteren.

Community management is niet enkel crisiscommunicatie

Het zou verkeerd zijn community management louter als crisiscommunicatie te beschouwen. Crisiscommunicatie vertrekt vanuit een defensieve, reactieve houding. Het loont om een communitybeleid voor je belangrijke communities uit te stippelen en open en transparant met die communities te communiceren. Een nieuwe vorm van public relations, voor zowel goede als slechte tijden.

Ben jij een community manager?

Jonas Eraly is community manager bij Truvo. Truvo heeft met sayso een interactief platform ontwikkeld waarop gebruikers zelf activiteiten kunnen aanbrengen en recenseren.

Een andere bekende "community manager" is Philippe Borremans, officieel chief social media officer bij de Van Marcke Groep.

Ik ben een klassiek geschoolde communicatiemanager en ondervind dagelijks de noodzaak tot verandering, een nieuwe invulling van het beroep. We zitten niet langer aan het communicatiestuur. De mondige burgers hebben zich georganiseerd, de community spreekt. Wat zijn jouw ervaringen? Laat het mij weten!

donderdag 7 oktober 2010

Threats van sociale media voor corporate communicatie

Wanneer start jouw bedrijf met sociale media?

De vraag is niet of bedrijven gaan starten, maar wanneer. Van de aanwezige bedrijven op de workshop bleek slechts een fractie actief te zijn op sociale media, een beleid hiervoor te hebben ontwikkeld of over richtlijnen (een code) voor de medewerkers te beschikken. Er is nog steeds koudwatervrees. Bedrijven vertrouwen hun medewerkers niet. Vreemd, want ze hebben veel tijd en energie gestopt in hun aanwerving, opleiding en training.

Studiedag van de Stichting Corporate Communicatie


Het thema "sociale media: bedreiging of opportuniteit" kwam aan bod op een studiemiddag van de Stichting Corporate Communicatie. Op 7 oktober kwam het thema "Threats van sociale media voor corporate communicatie" aan bod. In een volgende sessie worden de "opportunities" onder de loep genomen.

De studiesessie werd geleid door prof. Katia Segers van het Centrum voor Media- en Cultuurstudies (VUB). Keynote speakers waren Jo Pierson, professor aan de vakgroep communicatiewetenschappen (VUB) en Philippe Borremans, chief social media officer bij de Van Marcke Group.



Het klassieke communicatiemodel zender - ontvanger is achterhaald

We stellen een verschuiving vast van de klassieke communicatie van bedrijven en organisaties via de massamedia (zendergestuurd) naar "Mass self communication", interpersoonlijke communicatie, massaal veel informatie, snelle verspreiding van de informatie via allerlei nieuwe kanalen. Jo Pierson verwijst naar het boek van  Manuel Castells - communication power.

Het individu, de persoon wordt deel van een netwerk; niet langer staat het bedrijf, de organisatie, het gezin centraal. De persoon fungeert als portaal. Het individu heeft een veel grotere vrijheid om te communiceren. Hierdoor neemt zijn verantwoordelijkheid en zijn kwetsbaarheid toe. Wie veel informatie over zichzelf prijsgeeft, stelt zich bloot aan misbruik. We moeten mensen leren verantwoord omgaan met sociale media, zeker jongeren. Hier is een rol weggelegd voor het onderwijs.

Controle is uit den boze!

In een dergelijke context heeft het voor een bedrijf geen zin om de massale stroom aan informatie via de vele kanalen te willen sturen of controleren. Nochtans kan ernstige financiële of commerciële schade aan een bedrijf worden toegebracht of kan de reputatie van het bedrijf gekelderd worden via sociale media. Medewerkers dan maar verbieden sociale media op het werk te gebruiken? Dit werkt niet! Buiten het werk, thuis en onderweg, hebben medewerkers tal van mogelijkheden om te communiceren via allerlei sociale media.

Sociale media in je bedrijf? Angst voor misbruik en wantrouwen is groot!

Bij bedrijven zien we de klassieke "angst voor misbruik" telkens nieuwe media hun weg vinden naar de werkvloer. Bij de introductie van telefoon was er de vrees dat medewerkers constant zouden bellen voor privé-doeleinden; bij de opkomst van internet dat mensen hun tijd op het werk zouden verdoen met surfen en bij de implementatie van e-mail dat vertrouwelijke informatie zou gelekt worden. Dezelfde angst of afkeer zien we tegenover nieuwe sociale media: "Wat is de meerwaarde? Wat is het doel? Is dit allemaal nodig? Wat kost het?" Philippe Borremans stelt: "Medewerkers hebben geen sociale media nodig om hun tijd te verdoen." Het gaat er om mensen te vertrouwen en te coachen op resultaten.

Beter is het voor het gebruik van sociale media een beleid te ontwikkelen en richtlijnen te maken waaraan medewerkers zich dienen te houden. Een gefaseerde aanpak is nodig.

Eerst luisteren, monitoren en leren

Hoe begin je eraan als bedrijf? Eerst luisteren! Op welke sociale media komt je bedrijf aan bod of worden de thema' s en onderwerpen bediscussieerd waar je als bedrijf mee bezig bent? In de eerste fase is monitoring en tracking zeer belangrijk.
Geleidelijk aan kan je gaan mee doen in de conversatie. Respecteer de spelregels! Tussenkomen in discussies op fora vereist een strategische aanpak.

Langetermijnplanning noodzakelijk

In een tweede fase kan je een plan ontwikkelen om sociale media die voor je bedrijf belangrijk zijn en impact hebben in te schakelen in je mediamix. Het moet een langetermijnplanning zijn, gekoppeld aan de organisatiedoelstellingen:
  • transparante communicatie over het bedrijf
  • het ondersteunen van PR-doelstellingen
  • reputatiemanagement

Ontwikkel intern platformen die ideëenuitwisseling, conversaties en samenwerking mogelijk maken, bijv. een intranet met communities, blogs, wikis, ... Op die manier introduceer je in je bedrijf een nieuwe manier van werken.

Bezin eer je begint. Niets is dodelijker dan je halfslachtig engageren, je medewerkers niet begeleiden of onvoldoende middelen er voor inzetten.

Conclusies:
  • Als bedrijf niet meedoen met sociale media is onhoudbaar
  • Ontwikkel een beleid voor sociale media
  • Maak een langetermijnplanning, gekoppeld aan de bedrijfsdoelstellingen
  • Zorg voor opleiding en begeleiding van de medewerkers
  • Zorg voor voldoende budget
  • Ontwikkel richtlijnen voor de medewerkers, "social media guidelines"

dinsdag 5 oktober 2010

Europcom - European Public Communication Conference and Network

Op 12, 13 en 14 oktober wordt in Brussel de eerste Europese conferentie over overheidscommunicatie georganiseerd. Er zijn 400 deelnemers; inschrijven is niet meer mogelijk.

Er zijn 6 thema' s:
  1. communiceren over Europa op verschillende beleidsniveaus
  2. overheidscommunicatie efficiënter en professioneler maken
  3. communiceren op manieren dat publieke participatie wordt bevorderd
  4. duurzame communicatie: lange termijn communicatie en milieuvriendelijk communicatiebeleid
  5. media- en persrelaties
  6. 'branding' staten, regio' s, steden en gemeenten
programma:

Regional marketing: creating a brand strategy

Communications and Web 2.0: the impact of social networking

Linking public sector communications professionals across Europe

Developing a sustainable, responsible form of communicating

Getting people involved with a government project

Europe going local

Communicating with the media

Changing behaviour

maandag 4 oktober 2010

Threats van sociale media voor corporate communicatie

Op donderdag 7 oktober organiseert de Stichting Corporate Communicatie een studiemiddag onder de noemer "Threats van sociale media voor corporate communicatie".

De inschrijvingen zijn afgesloten. Ik breng later verslag uit over de workshop. De workshop wordt geleid door Jo Pierson en Philippe Borremans.

Jo Pierson is professor aan de vakgroep Communicatiewetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Daarnaast werkt hij sinds 1997 als senior onderzoeker voor het onderzoekscentrum SMIT (Studies over Media, Informatie en Telecommunicatie) aan de VUB, dat deel uitmaakt van het IBBT (Interdisciplinair centrum voor BreedBandTechnologie).




Hij doceert over socio-economische aspecten van nieuwe media. Zijn kernexpertise ligt in het domein van het innovatiestrategisch onderzoek naar gebruik en betekenis van mediatechnologie thuis, op het werk en onderweg.



Philippe Borremans, Chief Social Media Officer bij de Van Marcke Group, is verantwoordelijk voor alle online collaboratie en het gebruik van sociale media binnen de bedrijven van de Van Marcke Group.



Tijdens de middagsessie geeft hij uitleg over de manier waarop de Van Marcke Group sociale media inschakelt in haar communicatie.

zondag 3 oktober 2010

Deponeer je werken bij SABAM voortaan op www.onlinedepot.be

Deponeer je eigen teksten, liedjes of audiovisuele werken voortaan online via http://www.onlinedepot.be/. De site aanvaardt zowel
  • audiovisuele werken (scenario, draaiboek, storyboard, ...)
  • literaire werken (manuscripten of toneelstukken)
  • muziekwerken (liedjestekst, compositie, ...)
  • foto' s
  • tekeningen
Het deponeren van je werken bij SABAM is een preventieve beschermingsmaatregel alvorens je je werken aan derden (een producent of een uitgever) laat zien.
Als auteur ontvang je een registratienummer en een datum die je als bewijs kan gebruiken in geval van plagiaat of gebruik van het werk zonder je toestemming.
Het onlinedepot is gratis en neemt maar enkele minuten in beslag.

Het depot geldt voor vijf jaar. Om nadien het vaderschap van je werk nog eens met vijf jaar te verlengen moet je € 20 à € 30 betalen.

De procedure staat open voor de leden van Sabam. Als niet-lid kan je ook op de site terecht. Voor het innen, beheren en uitkeren van de auteursrechten is wel lidmaatschap van Sabam of een andere beheersvereniging vereist. Sabam is de Belgische Vereniging van Auteurs, Componisten en Uitgevers.

zaterdag 2 oktober 2010

Anysurfer kwaliteitslabel voor websites die voor iedereen toegankelijk zijn

AnySurfer is een kwaliteitslabel voor websites die voor iedereen toegankelijk zijn — ook voor mensen met een functiebeperking.
Slechtzienden, blinden en ouderen ervaren online het vaakst problemen, maar AnySurfer bewaakt ook de toegankelijkheid voor internetgebruikers met motorische en auditieve beperkingen.

Op de website van Anysurfer kan je alle vereisten vinden om je website toegankelijk te maken.

documentbeheer in de praktijk - infosessie afdeling Proces- en Informatiebeleid

Op donderdag 9 september 2010 organiseerde de COP Documentbeheer en archivering voor de vijfde keer een infosessie voor alle geïnteresseerden binnen de Vlaamse overheid. De studiesessie werd ingeleid door Bart Severi van de afdeling Proces- en Informatiebeleid.


Deze keer ging de COP dieper in op documentbeheer en hoe je dit kunt organiseren binnen je organisatie. Isabel Vandecandelaere gaf een bijdrage over het gebruik van een fileserver. Zeger Sioen had een interessante case over het documentbeheerssysteem van MOW.

Als externe expert werd Frederik Rosseel van Docbyte uitgenodigd die een toelichting kwam geven over een aantal veel voorkomende valkuilen bij de implementatie van een DMS.


Bekijk de presentaties.

Teamdag ANB - VLM over communicatie natuurinrichting

Op 23 september hielden projectleiders natuurinrichting van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) een teamdag in Turnhout.

Plaats van afspraak was de Klein Engelandhoeve. In de voormiddag werd een toelichting gegeven over de nieuwe huisstijl voor natuurinrichting, de communicatie-aanpak in een recent natuurinrichtingsproject en de mogelijke inzet van sociale media voor communicatie over natuurinrichting.

ANB is actief bezig met sociale media - web 2.0.

In de namiddag werd onder de deskundige leiding van Mario De Block een bezoek gebracht aan het natuurinrichtingsproject Turnhouts Vennengebied. Hierbij een foto-impressie van de wandeling. Eindpunt van de wandeling was de uitkijktoren aan het "Bels Lijntje".

dinsdag 14 september 2010

Valkuilen voor een DMS project

7 redenen voor het falen van een DMS-project


Hierna worden de belangrijkste 7 redenen aangehaald voor het falen van DMS-projecten. De redenen worden opgelijst van minder belangrijk naar belangrijk.

7. De taxonomie en de metadata zijn onvoldoende en/of foutief uitgewerkt

• Te veel of te weinig informatiemappen in de taxonomie

• Te veel of te weinig metadata

• Geen akkoord over de taxonomie tussen de gebruikers

• Geen akkoord over de metadata tussen de gebruikers

• De metadata zijn te veel of te weinig beschrijvend

• Gevoel van overlast bij de gebruikers


6. Het projectteam en de stuurgroep lijden aan “scope creep” (= te veel afwijken van het oorspronkelijke doel)

• Gebrek aan basiskennis bij aanvang van het project

• Geen antwoord op de vraag: wat willen we doen? Waarom een DMS?

• We willen een DMS! Wat gaan we er mee doen? Waarvoor dient het?

• Het project wordt te sterk aangestuurd door het management, zonder draagvlak bij de gebruikers.

• De business case is slecht gedefinieerd.


5. Het management van de organisatie en het projectteam onderschatten de migratie-inspanning.

• Er bestaan veel lege systemen: geen migratie naar de nieuwe oplossing.

• Er is geen beslissingsboom: welke informatie/documenten worden gepubliceerd in DMS?

• Te lage gebruikersacceptatie door foute implementatie of te langdurig implementatieproces.


4. Het nieuwe DMS wordt onvoldoende gebruikt door gebrek aan procedures en bekrachtiging.

• De steun van het management is absoluut nodig.

• Voer een systeem van belonen en bestraffing in.

• Zorg voor voldoende opleiding van de gebruikers.

• Zorg voor voldoende begeleiding van de gebruikers.


3. Het project ontspoort door interne politiek.

• Wat gebeurt er met mijn job, mijn project, mijn persoonlijke documenten, mijn persoonlijke server ruimte?

• Een verandering van werkwijze, een nieuwe werkwijze, een nieuw systeem roept weerstand op.

• Vrees voor (meer) controle

• Er ontstaat spanning tussen de IT-afdeling en de andere afdelingen (business).

• “Mijn afdeling heeft voorrang!”

• “Mijn afdeling doet niet mee.”


2. Een gebrek aan kennis bij en onvoldoende opleiding van de eigen mensen.

• DMS is contentgevoelig en is een organisch systeem, een systeem in evolutie.

• Hoe de nieuwe/veranderende behoeften van de gebruikers in kaart brengen?

• Hoe de “oplossing” DMS evalueren?

• Er zijn geen of onvoldoende informatiebeheerders. Nochtans zijn de informatiebeheerders de ‘linking pin’ tussen de IT-afdeling en de andere afdelingen (business)

1. Het management van de organisatie en het projectteam onderschatten de proces- en organisatorische impact.

• Het DMS impliceert een wijziging in de manier van werken binnen de organisatie.

• De (hoofd)gebruikers hebben onvoldoende inzicht in en overzicht op het werkproces.

• Geen steun van het management.


Door een te lange implementatietijd ontstaat bij de gebruikers de perceptie dat door de organisatie een DMS wordt uitgerold dat niet beantwoordt aan de gebruikersbehoeften. Van zodra die perceptie ontstaat is het project DMS gedoemd om te mislukken.

vrijdag 10 september 2010

Do more great work Michael Bungay Stanier

Stop met kunst- en vliegwerk en begin met werk dat er echt toe doet!

Michael Bungay Stanier maakt een onderscheid tussen drie soorten werk: bad work, good work en great work. Die begrippen verwijzen niet naar de aard of de kwaliteit van het werk, maar zijn labels voor al dan niet betekenisvol werk of werk met een grote impact.

Bad work is werk dat zinloos, betekenisloos is, een verspilling van tijd, energie, een verspilling van je leven.

Good work is solide, productief, belangrijk maar het is geen werk dat je speciaal aantrekt, prikkelt of waar je bijzonder opgetogen over bent.

Great work is het werk dat betekenisvol is, belangrijk, dat een verschil uitmaakt. Het is werk dat je inspireert en aantrekt, dat zich situeert op de flinterdunnne grens tussen uitgelatenheid en angst, werk dat je prikkelt, waar je een warm gevoel en klamme handjes van krijgt, dat er echt toe doet en waarvan je weet dat het het beste in jou naar boven haalt.

De weg van good work naar great work ligt bezaaid met vele obstakels. Hoe kan je die overwinnen?

Elke dag duiken er tientallen kleine dingen op die dringend en belangrijk zijn (meestal voor iemand anders!). Uitvluchten genoeg om niet te veranderen. In de kern van de zaak gaat het er om of je ja of nee zegt. Dat lijkt eenvoudig maar is het niet.

Om meer great work te doen moet je drie belangrijke dingen voor ogen houden:
1) focus - concentreer je en schep klaarheid in je omgeving. Focus je op de opportuniteiten op great work in je leven.

2) moed - de bereidheid om te starten met great work ook al is het veel comfortabeler en vertrouwder om bij je good work te blijven.

3) veerkracht - de bereidheid en de kracht om door te gaan wanneer het moeilijk wordt en je uit je comfortzone komt.

En nu beginnen!

Bekijk welke projecten op stapel staan. Kies er dat project uit dat voor jou het verschil kan maken tussen good work en great work en ga er voor.

dinsdag 24 augustus 2010

classificatie van sociale media

Classificatie van sociale media, volgens twee criteria: sociale aanwezigheid en zelfpresentatie.

1) blogs (hoge zelfpresentatie, lage sociale aanwezigheid)
2) Social-networkingsites (Facebook) (hoge zelfpresentatie, gemiddelde sociale aanwezigheid)
3) Virtuele sociale werelden (Second Life) (hoge zelfpresentatie, hoge sociale aanwezigheid)
4) Samenwerkingsprojecten (Wikipedia) (lage zelfpresentatie, lage sociale aanwezigheid)
5) Contentcommunities (YouTube) (lage zelfpresentatie, gemiddelde sociale aanwezigheid)
6) Virtuele gamewerelden (World of Warcarft) (lage zelfpresentatie, hoge sociale aanwezigheid)



definitie sociale media web 2.0

Sociale media (web 2.0) is een verzamelterm voor internetapplicaties en internetdiensten die interactief zijn, waarin gebruikers centraal staan en er door middel van gezamenlijke activiteiten (co-creatie) nieuwe informatie en kennis wordt opgebouwd.

Onder sociale media vallen onder meer
  • persoonlijke webpagina' s van individuen (weblog)
  • microblogging instrumenten (Twitter)
  • sociale netwerken (Facebook, Hyves, LinkedIn)
  • samenwerkingsomgevingen (Wikipedia en andere wiki' s)

vrijdag 23 juli 2010

Communicatiejaarverslag Vlaamse Regering voortaan als wiki

Vlaamse overheid pioniert met wiki-jaarverslag - 8 juli 2010

Het Communicatiejaarverslag van de Vlaamse Regering wordt voortaan gemaakt met een wiki. Een wiki is een toepassing waarmee webdocumenten gezamenlijk kunnen worden bewerkt. Een bekend voorbeeld van een wiki is Wikipedia, de online encyclopedie waaraan iedereen kan meeschrijven.

De Vlaamse overheid is een groot huis met vele kamers. De grote lijnen van het communicatiebeleid worden samen uitgezet, maar verder verloopt de communicatie gedecentraliseerd: elke minister, elk departement en elk agentschap is zelf bevoegd én verantwoordelijk voor zijn communicatie. Het communicatiejaarverslag wordt dan ook geschreven door een honderdtal verschillende communicatieverantwoordelijken uit de departementen en agentschappen van de Vlaamse overheid. Met zo veel auteurs is samenwerken in een wiki een stuk efficiënter dan tekstversies en beeldmateriaal heen en weer mailen. Het vergde meer durf om die keuze door te trekken en het jaarverslag alleen in (weliswaar statisch) wikiformaat te publiceren. Die nieuwe vorm is even wennen voor de lezer, maar heeft veel voordelen.

Efficiënter en duurzamer

Efficiëntie en duurzaamheid zijn de twee grote drijfveren achter de nieuwe aanpak. De vorige jaren werd het papieren jaarverslag zeer beperkt verspreid. De meeste lezers gebruikten de digitale versie in pdf-formaat. Zo’n pdf is echter de facto bedoeld om op papier gelezen te worden. Het is niet efficiënt om een heel productieproces af te stemmen op een minderheid van de gebruikers. Dankzij het wikiformaat werden een rigide eindredactie en handmatig lay-outen ook overbodig.

In dit eerste jaar wordt de besparing nog gedeeltelijk tenietgedaan door de investeringen in het uitdenken van de structuur en het opzetten van de wiki. Maar het fundament voor de volgende jaren is wel gelegd. Voor de editie 2010 kan voortgebouwd worden op de editie 2009. Dan zal het jaarverslag ook vroeger klaar zijn.

Beter voor de lezer

Het communicatiejaarverslag bestaat uit twee delen: het eerste telt ongeveer 25 pagina’s en gaat over het algemene communicatiebeleid van de Vlaamse Regering, het tweede is een verslag van ongeveer 150 pagina’s over de communicatie van alle departementen en agentschappen. Vooral dat tweede deel wordt zelden of nooit van a tot z gelezen. Het is vooral een interessant naslagwerk. Dankzij het goed gestructureerde menu aan de linkerkant is het nu veel gemakkelijker om te bladeren. De zoekfunctie is ideaal voor wie gericht wil zoeken naar een specifieke campagne, een bepaald medium, een project enzovoort. Wie het eerste deel graag helemaal doorneemt en geen 25 pagina’s op een scherm wil lezen, kan het uitprinten. In het tweede deel kunnen alleen afzonderlijke artikels afgedrukt worden. Anders zou het milieu onnodig belast worden. Dankzij veel externe links is het jaarverslag een toegangspoort tot meer gedetailleerde informatie.

Het tweede deel werd inhoudelijk verbonden met het deel over het algemene communicatiebeleid door middel van een woordenwolk. Wie in die woordenwolk op een bepaalde term klikt (bijvoorbeeld ‘meten en evalueren’, ‘bijzondere doelgroepen’, ‘reputatiemanagement’), krijgt een lijst met relevante artikels: zowel artikels over het algemene beleid als artikels over concrete cases van de verschillende entiteiten.

Meer info?

www.vlaanderen.be/communicatiejaarverslag

Voor meer persinformatie kunt u terecht bij:

Marijke Vrijders, Afdeling Communicatie – DAR

Tel: 02 553 55 15 - E-mail: marijke.vrijders@dar.vlaanderen.be

woensdag 14 juli 2010

Twitter inzetten voor crisiscommunicatie bij de overheid

Het Nederlandse Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement COT onderzocht de mogelijkheden van het gebruik van Twitter tijdens crises.



Hoofdvraag van hun onderzoek: is Twitter een geschikt crisiscommunicatie-instrument voor de overheid en zo ja, wat zijn de vereisten voor een effectieve inzet van Twitter bij rampen en crises?


Het onderzoeksrapport is beschikbaar.

Dit zijn hun belangrijkste conclusies die in het rapport meer in detail worden beschreven:
  1. Twitter is een geschikt crisiscommunicatie-instrument voor de overheid:
    - Twitter voldoet aan de eisen van een goed crisiscommunicatie-instrument
    - Twitter kan bij verschillende crisissituaties ingezet worden
    - Twitter is een aanvulling op het huidige instrumentarium voor crisiscommunicatie
    - twitter en andere sociale media hebben nog geen vaste plek verworven in de crisiscommunicatiestrategie van overheden.
  2. Een effectieve inzet van twitter als instrument ten tijde van rampen en crises is mogelijk.
    - Het bereik, de betrouwbaarheid en de beschikbaarheid zijn geen beperkingen voor de inzet van Twitter.
    - De vormvereisten van Twitter zijn geen beperking voor crisisberichtgeving via dit instrument.
Aan de hand van de bevindingen van hun onderzoek formuleert COT een aantal overkoepelende aanbevelingen voor een effectieve inzet van Twitter en andere sociale media voor crisiscommunicatie door de overheid:
  • Benut de mogelijkheden die sociale media bieden voor crisiscommunicatie.
  • Ontwikkel een werkwijze om Twitter op een goede manier in te zetten tijdens crises.
  • Maak een keuze of Twitter alleen ingezet gaat worden voor het verspreiden van informatie over de crisis of ook om interactie te hebben met mensen die vragen hebben.
  • Maak als organisatie een twitter-account aan en laat deze verifiëren door de dienstverlener.
  • Werk in een vroeg stadium aan het realiseren van een netwerk.
  • Houdt rekening met de eigenschappen van de doelgroepen.

vrijdag 11 juni 2010

Hoe word ik onmisbaar (3) - Seth Godin - kunstenaar

Emotionele arbeid is de enorme inspanning om kunstenaar te zijn, gulheid te tonen en je creativiteit tentoon te spreiden. Om te kunnen werken in de vrije ruimte heb je zowel een visie nodig als de bereidheid iets aan te pakken wat opvalt.

Emotionele arbeid is waar je wordt voor betaald en een van de moeilijkste aspecten ervan is om uit een veelvoud van mogelijke richtingen de juiste te kiezen.

Je wordt betaald om naar je werk te gaan en een waardevolle bijdrage te leveren. Maar je baan is ook een platform van grootmoedigheid, van expressie, van kunstenaarschap. Werk is een kans om kunst te maken.

Kunst is niet alleen schilderkunst. Kunst is al wat creatief, gepassioneerd en persoonlijk is. Geweldige kunst doet iets met de kijker en niet alleen met de maker.

Een kunstenaar is iemand die moed heeft, inzicht, creativiteit en het lef om de gevestigde orde ter discussie te stellen. Kunst is een persoonlijke daad van moed, iets wat de ene persoon doet en een verandering bij een ander teweegbrengt. Kunst is een persoonlijke gift die de ontvanger verandert. Kunst is een product van emotionele arbeid. Als het makkelijk en risicoloos is, is het geen kunst.

Passie zit niet in geld verdienen, maar in iets kunnen bijdragen, een probleem oplossen, een verandering op gang brengen die mensen kan helpen. Mensen met passie zoeken naar manieren om dingen voor elkaar te krijgen. De combinatie van passie en kunst is wat van iemand een spil maakt.

Het interesseert niemand hoe hard je werkt. Het gaat niet om de inspanning, maar om de kunst. Het is jouw kunst om persoonlijke verantwoordelijkheid te nemen, de status-quo ter discussie te stellen en mensen te veranderen.

Ben Woldring - internetondernemer - businessmodel

Ben Woldring is een Nederlands internetondernemer. Hij houdt zich bezig met vergelijkende websites die binnen een sector (telefonie, hotels, energie, ....) op een objectieve manier de prijzen van de verschillende aanbieders vergelijken. Zijn bedrijf voert objectiviteit en onafhankelijkheid hoog in het vaandel.

Het businessmodel is eenvoudig en efficiënt:
  • Bedrijven kunnen advertentieruimte aankopen op zijn sites. Paradoxaal genoeg zijn het vooral de bedrijven die niet zo goed scoren in de vergelijkingen die eerst willen adverteren.
  • Daarnaast sluit zijn bedrijf licentiecontracten af met andere bedrijven die de vergelijkende tabellen willen overnemen.
  • Tot slot vangt zijn bedrijf inkomsten als bezoekers doorklikken van zijn sites naar de website van andere bedrijven (principe van google ads).

donderdag 10 juni 2010

Noël Slangen - Praten met reuzen

Hoe je met leiders werkt en communiceert

Reuzen zijn meedogenloos, opportunistisch en egocentrisch. Maar die 'kwaliteiten' volstaan niet. Net zoals Peter Pan kunnen reuzen ook vliegen, gaat alles schijnbaar moeiteloos en hebben ze zowat dagelijks een nieuw idee.

Of ze nu CEO of minister, man of vrouw, jong of oud zijn, een ding hebben ze gemeen: je kan alleen met hen communiceren onder hun voorwaarden. En die lijken vaak ongerijmd en zijn moeilijk te doorgronden. Hoe praat je met CEO' s, beleidsmakers en andere reuzen?

Praten met reuzen leert je hoe je plan, boodschap of project kan doordringen tot reuzen. Met talloze voorbeelden van echte reuzen, hoe je "dwergen op stelten" kan herkennen en hoe je torens kan bouwen om met reuzen op hun niveau te praten.




Noël Slangen is medeoprichter van het strategisch adviesbureau Groep C en een bekend communicatieadviseur in België. Hij werkte voor talloze beleidsmakers, topmanagers en bedrijven, maar werd vooral bekend als communicatieadviseur van verschillende eerste ministers en van de Belgische regering. Slangen is ook gastdocent aan verschillende universiteiten en publiceert geregeld boeken en bijdragen over strategie, communicatie en maatschappijtrends.

woensdag 9 juni 2010

Geert Keyaerts (2) - a new communication agency

Geert Keyaerts is gestart met een nieuw initiatief: a new communication agency.

Het nieuwe communicatiebureau van Geert Keyaerts, Vincent Daenen en Pascal Delfosse heeft nog geen naam, wel een missie. Hun belangrijkste doel: gelukkige medewerkers én gelukkige klanten.

Lees hun blog.

Geert Keyaerts (1)

Geert Keyaerts, Strategic Director van Head Office, verliet het bureau eind 2009. Hij kwam twee jaar geleden naar het toenmalige CRM Factory. Daar was hij verantwoordelijk voor strategie en new business. Ook was hij nauw betrokken bij de herpositionering van het bureau eerder dat jaar.

Geert kijkt terug op een boeiende en kleurrijke periode in Leuven, met tal van nieuwe klanten.
Geert Keyaerts werkte tien jaar aan adverteerderskant (Sabena, Stubru, VAR) en vijf jaar aan bureauzijde (SPITZ, TheGuestHouse/McCann, Head Office). Hij won een Silver EFFIE in 2004 en een Gold EFFIE in 2007.

Hoe word ik onmisbaar (2) - Seth Godin

De onvervangbare medewerker brengt menselijkheid, verbanden en vaardigheden in de organisatie. Hij is een sleutelfiguur, iemand zonder wie je nauwelijks kunt, de persoon om iets omheen te bouwen.

Spilfiguren
Spilfiguren zijn de essentiële hoekstenen van de toekomstige waardevolle organisaties. De spil zorgt intern voor toegevoegde waarde en creëert daarmee een machtspositie. Spilfiguren voegen waarde toe, omdat ze toevoegen wat anderen niet willen bijdragen:
- Ze schoppen tegen de status-quo aan,
- veranderen gedrag,
- bedenken nieuwe invalshoeken,
- benoemen opmerkelijke conclusies

opvallen
Vandaag is opvallen de enige mogelijkheid om te groeien, door iets te maken dat het waard is om over te praten, door mensen met respect te behandelen en hen de boodschap te laten verkondigen. De enige manier om succesvol te zijn, is om op te vallen, zorgen dat er over je gesproken wordt. De enige manier om te krijgen wat je waard bent is om op te vallen, door niet alleen fysieke arbeid te verrichten, gezien te worden als onmisbaar en verbanden te leggen die mensen en organisaties tot in het diepste van hun ziel raken.

Je moet:
- naar voren komen en buitengewoon zijn
- menselijk zijn
- een bijdrage leveren
- samenwerken
- het risico nemen dat je met je initiatief, innovatie en inzichten iemand tegen de schenen schopt.

Als je de keuze hebt, dan moet je er voor kiezen om onmisbaar te worden. Dit geldt ook voor organisaties. Als organisaties menselijker worden, opvallender, sneller reageren en directer met hun klanten in contact staan, dan worden ze onmisbaar.

De spil kijkt anders naar de wereld. Uitzonderlijke ideeën, productiviteit en generositeit vergroten een markt en maakt hem efficiënter. Hierdoor ontstaan er meer kansen en uiteindelijk meer positieve gevolgen voor iedereen. Hoe meer je geeft, hoe meer de markt teruggeeft.

dinsdag 8 juni 2010

Hoe word ik onmisbaar? (1) Seth Godin - Linchpin

Het systeem waarin we zijn opgegroeid en momenteel werken is gebaseerd op een eenvoudige formule:
  • doe je werk
  • kom op tijd
  • werk hard
  • luister naar de baas
  • blijf zitten waar je zit .... en je wordt beloond.
We hebben gigantische organisaties neergezet die worden bevolkt door eenvoudig te vervangen medewerkers. We worden beloond op basis van aanwezigheid en prestaties. Het punt is echter dat andere mensen - met dezelfde opleiding en diploma, kennis en ervaring - harder kunnen werken, meer uren kunnen kloppen, meer dossiers afhandelen, .... Je bent dus perfect vervangbaar. Er staan genoeg vervangers klaar die jouw werk voor minder geld willen overnemen.

Nog harder werken, nog meer uren kloppen, altijd beschikbaar zijn is geen oplossing. Het is een neerwaartse spiraal, een elastiek die wordt uitgerokken tot hij knapt.

Het nieuwe werken vraagt een andere ingesteldheid. De echt goede banen zullen worden bezet door de onmisbaren, mensen die het verschil maken door iets te doen wat je nauwelijks bij anderen aantreft.